Charles Taylor: liberaal en sociaal denker

By 0 Permalink 0

220px-Charles_Taylor

De Canadese politieke filosoof Charles Taylor schreef twee klassieke filosofische boeken: ‘De ‘bronnen van het zelf’ (1989) en ‘Een seculiere tijd’ (2007). Beide boeken behandelen de totstandkoming en de bronnen van de identiteit van de moderne mens. Daarnaast stelt Taylor dat we deze bronnen uit het oog zijn verloren.

Taylor wordt vaak gezien als een ‘bruggenbouwer’ omdat hij probeert een dialoog op te zetten tussen verschillende mensen en gemeenschappen en de uiteenlopende standpunten te verzoenen. Daarbij toont hij het grootst mogelijke respect voor ieders standpunt, ook wanneer dit standpunt ver van het zijne ligt. Met respect bedoelt Taylor het bewonderen van iemands prestaties en verdiensten en NIET afstand houden en tolereren. Dat is een enorm verschil. Bij Taylor is respect gebaseerd op inhoud en wat mensen betekenen, en niet op simpelweg hun aanwezigheid en ‘anders zijn’ accepteren.

Charles Taylor werd geboren in 1931 in Montreal, Canada. Dit is in de Franstalige provincie Quebec. Hij krijgt een tweetalige opvoeding, zijn moeder is een Franssprekende katholiek en zijn vader een Engelstalig protestant. Deze ‘dualiteit’ in zijn opvoeding keert terug in zijn filosofische geschriften. Hij kan dan ook niet ondergebracht worden in de Angelsaksische (Engelssprekend gedeelte van de wereld: Amerika, Canada en Engeland), noch in de continentale filosofische traditie (grofweg Europa, vaak Duitse en Franse filosofen).

Het is in veel opzichten een grove en kunstmatige scheiding, maar in de Angelsaksische wereld is filosofie meer gericht op de interpretatie van teksten en behandelt de problemen die door ‘verkeerd’ of ‘onduidelijk’ taalgebruik veroorzaakt worden. Deze discipline wordt vaak ‘analytische’ filosofie of ‘taalfilosofie’ genoemd. Logica, meetbaarheid en strikte parameters bij onderzoek zijn cruciaal binnen deze school. Filosofen in deze traditie trachten ideeën en problemen ‘los te weken’ van de tijd, omgeving en ruimte waarin zij verschijnen. Zij kijken naar een filosofisch probleem ‘zoals het is’ en negeren zo veel mogelijk andere omstandigheden of criteria die hun beoordelingsvermogen kunnen vertroebelen.

In ‘Europa’ houdt filosofie zich meer bezig met objecten of zaken die we niet direct zien of voelen. Een invloedrijke gedachte in deze school van filosofie is dat kennis niet uitsluitend is gebaseerd op ervaring en empirie, maar eveneens op hoe wij ‘innerlijk’ objecten ervaren en interpreteren. Door de ‘onttovering’ en rationalisering van de wereld hebben we het zicht op de belangrijkste bron van informatie verloren: onze directe omgeving en het ervaren daarvan. Binnen deze filosofische traditie staat beleving van de omgeving centraal.

Het is belangrijk vast te stellen hoe objecten en indrukken ons bewustzijn binnenkomen en hoe het bewustzijn deze indrukken ‘teruggeeft’ aan ons verstand. Deze traditie wordt vaak ‘idealistische’ filosofie genoemd en zij besteedt juist veel aandacht aan de omstandigheden waaronder sociale verschijnselen zich voordoen. Deze filosofische traditie ziet de natuur als een ‘volledig subject’, terwijl analytische filosofen natuur als object zien en haar zo veel mogelijk negeren.

Men zou kunnen stellen dat analytische filosofie zich meer bezighoudt met concrete en materiële zaken, terwijl continentale filosofie zich concentreert op immateriële en metafysische kwesties. De scheiding tussen de twee scholen is enigszins arbitrair en vervaagt in veel gevallen. Er zijn vele filosofen in de Angelsaksische wereld die continentale filosofie bedrijven en andersom geldt natuurlijk ook. We hebben hier over Wittgenstein gesproken, een Europese filosoof die vooral met taal en interpretatie ervan bezig was. Daarnaast deed hij de uitspraak dat we moeten zwijgen over dingen die we niet kennen. Dat zou een filosoof in de continentale traditie nooit zeggen!

Taylor behoort tot geen van de tradities, maar is tegelijkertijd door beide beïnvloed. Zijn uitgangspunt is het individu, maar hij staat nadrukkelijk stil bij de omstandigheden waaronder het individu leeft en hoe deze omstandigheden zijn ideeën en opvattingen beïnvloeden. Taylor wordt vaak de filosoof van het communitarisme genoemd, een stroming binnen de filosofie die benadrukt dat individuen onderdeel zijn van een sociale omgeving die hen ideeën, opvattingen en wensen geeft. Van Taylor wordt vaak gezegd dat hij de continentale traditie de analytische school heeft ‘binnengesmokkeld’.

De analytische school is sterk verweven met het liberalisme en liberale denkers. De kern van liberalisme is de vrijheid van het individu. En liberale theoretici trachten deze vrijheid te vatten in woorden die onafhankelijk zijn van de sociale, historische en culturele context, aangezien menselijke waarden universeel dienen te zijn. Liberalen zien de mens als een autonoom wezen en de samenleving als een verzameling van autonome individuen. Het liberale denken is dominant in de wereld en heeft bijvoorbeeld geleid tot het opstellen van de Declaratie van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties. Deze rechten overstijgen alle internationale en nationale wetten en dienen te gelden voor alle naties en culturen. Liberale denkers beschouwen hen als principes waarmee alle mensen akkoord moeten gaan en deze principes moeten overal toegepast worden en in wetgeving vastgelegd worden.

Vanzelfsprekend ben ik het roerend hiermee eens. We hebben universele waarden en rechten nodig waar we allemaal mee in kunnen stemmen. Vrijheid en democratie zouden zonder dit onmogelijk zijn. Zonder liberalisme en liberaal denken is democratie ondenkbaar. En liberalisme heeft het mogelijk gemaakt algemeen geldende morele en ethische waarden te formuleren.

Charles Taylor, die zichzelf een ‘sociaal-liberaal’ noemt, stemt hiermee ook in, maar heeft een fundamenteel en belangrijk bezwaar. Liberalen, aldus Taylor, negeren de belangrijkste bron voor ethiek: de mensen zelf! En zij negeren de bronnen die mensen aanboren om tot universeel geldende morele rechten en wetten te komen.

CharlesTaylor2

 

Volgens Taylor hebben we in het westerse liberalisme afgeleerd onze morele principes en waarden te formuleren, omdat we de bronnen die deze waarden leveren, uit het oog verloren zijn en niet meer uit deze bronnen putten. We zien niet meer het vertrekpunt van onze waarden en begrijpen niet langer waar ze vandaan komen. Onze waarden zijn emotieloos, abstract en steriel. We kiezen onze principes zoals we schoenen uitzoeken in de winkel. Onze cultuur doet het voorkomen dat morele keuzes zomaar gemaakt kunnen worden en ook weer even gemakkelijk ‘ingeruild’ voor andere.

Omdat waarden en normen abstracte concepten zijn geworden, beschouwen wij ze als vanzelfsprekend voor individuen en spannen we ons niet langer in voor het algemeen welzijn van mensen. De morele plicht hierover na te denken, voelen wij niet meer. Taylor betreurt dit en stelt dat een samenleving meer is dan een verzameling van individuen waarbij een ieder afzonderlijk zijn rechten claimt.

De identiteit van mensen is niet een ‘project’ dat snel en doelmatig uitgevoerd moet worden. Taylor stelt dat mensen maar beperkt zelf keuzes kunnen maken die hun identiteit bepalen. Identiteit van mensen hangt altijd samen met de sociale en culturele context waarin mensen leven. De gemeenschap waarin mensen leven, is cruciaal voor de vorming van de identiteit van mensen. Zij bepaalt grotendeels wat voor waarden mensen hebben.

Taylor ziet het als zijn taak om mensen de herkomst van hun morele ideeën en waarden te laten herontdekken. In ‘Bronnen van het zelf’’ toont hij ons de bronnen van moraliteit en ethiek en hoe deze zich ontwikkeld hebben van religieuze concepten tot ideeën geabsorbeerd door individuen. Taylor noemt de ontwikkeling van morele ideeën ‘de verinnerlijking van het zelf’’. Door de eeuwen heen hebben mensen opvattingen uit het antieke Griekenland, van de kerkvader Augustinus en van de Verlichting tot zich genomen en ze zelf verder vormgegeven. Op deze wijze is het individu de ultieme bron geworden voor waarden en ethiek.

Taylor, zelf een gelovig en praktiserend katholiek, pleit niet voor een herstel van een collectieve ‘christelijke’ ethiek. Hij wil dat het individu het uitgangspunt blijft, maar stelt voor ons te heroriënteren op onze uitgangspunten.  Maar is een achterliggende morele fundering van onze leven juist niet een beknotting van onze vrijheid in plaats van deze uit te diepen? Het individu kan juist vanuit zijn ‘autonomie’ komen tot verkenning van andere levensvormen en bijdragen aan verrijking van het dagelijks leven, zonder zich daarbij te conformeren aan de culturele eenheidsworst en het ‘’waardeconsumentisme’ waar Taylor zich zo veel aan ergert.

Taylors morele bronnen weerspiegelen naar mijn mening te sterk een christelijke zienswijze en de wens een algemeen geldende moraal te vestigen.  Een nieuw keurslijf dat we juist en met recht hebben afgeschud. Ik vind veel van zijn opmerkingen en opvattingen bijzonder sympathiek en toegelicht met een eruditie die niet anders dan indrukwekkend genoemd kan worden. Maar voor mijn gevoel heeft de liberale zienswijze meer betekenis: de mens kan zijn leven naar eigen inzicht inrichten en juist op die manier zoeken naar verrijking van zijn bestaan.

0

No Comments Yet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Translate »
%d bloggers liken dit: