Michail Bachtin: beroemde Russische linguïst, maar vooral groot denker

By 0 Permalink 0
bachtin

Michail Bachtin

Hij is door sommigen bestempeld als de belangrijkste denker van de Sovjetperiode en grootste literatuurtheoreticus van de twintigste eeuw. Een uitspraak die Michail Bachtin vreugd zou hebben gedaan, omdat hij in de eerste plaats wordt geroemd als denker. Terwijl hij vooral bekend staat als de literatuurwetenschapper en linguïst die beroemde studies heeft geschreven over het werk van Dostojevski en Rabelais.  Bachtin noemt zichzelf liever ‘’een filosoof die aangewezen is op het literatuurwetenschappelijke discours’’. Hij is een grensganger tussen linguïstiek, filologie en filosofie.

Opmerkelijk is dat we verwijzingen naar hem en zijn betekenis vooral tegenkomen na zijn dood in 1975. Ten tijde van zijn leven is hij vrijwel onbekend en worden zijn boeken nauwelijks gelezen. Grotendeels komt dit door het specifieke politieke klimaat in die tijd, in 1929 wordt Bachtin gearresteerd en verbannen en vervolgens dient hij een groot deel van zijn actieve en productieve leven in de luwte te werken. Ook is veel van zijn werk slechts fragmentarisch bewaard gebleven of zelfs verdwenen.

De biografie van Michail Bachtin is schimmig en omstreden. Daarnaast heeft hij zelf meerdere malen zijn biografie aangepast. Hij wordt op 16 november 1895 geboren in Orel. Vanwege het beroep van zijn vader verhuist de familie regelmatig. In 1905 trekken zij naar Vilnius en in 1911 volgt de verhuizing naar Odessa.

846

De jonge Michail Bachtin

Wat daarna gebeurt, is door geen enkele onderzoeker of biograaf bevredigend vastgesteld. De jonge Bachtin lijdt aan chronische osteomyelitis, een infectie aan het bot, en waarschijnlijk moet hij school vaak verzuimen. Er is dan ook geen diploma beschikbaar van het gymnasium dat hij in Odessa bezocht zou hebben. Het is onduidelijk hoe hij dan tussen 1913 en 1918 in Novorossijsk en Petrograd (toenmalige naam voor Sint-Petersburg/Leningrad) filologie, filosofie, Duitse esthetica en algemene literatuurwetenschappen heeft kunnen studeren. Bachtin heeft iedere keer weer zijn vermeende studieverloop op andere wijze gedocumenteerd. Zijn naam komt echter niet voor in de administratie van beide universiteiten, wel die van zijn een jaar oudere broer Nikolaj.

Naar eigen zeggen heeft Bachtin in zijn jeugd via het kindermeisje eerder Duits dan Russisch leren spreken en leest hij op zijn twaalfde de verzamelde werken van Dostojevski en veel Franse en Duitse literatuur in de originele taal. Op zijn dertiende maakt hij kennis met het werk van Kant, Kerkegaard en Nietzsche een ook met dat van de neokantiaan Hermann Cohen. Deze laatste oefent grote invloed uit op de intellectuele ontwikkeling van Michail Bachtin.  Het is onmiskenbaar dat in het werk van Bachtin sporen zijn te traceren van de belangrijkste Europese filosofische stromingen op dat moment, zoals de fenomenologie en hermeneutiek. In de jaren twintig van de vorige eeuw houdt Bachtin zich intensief bezig met teksten van onder andere George Simmel, Ernst Cassirer en Max Scheler.

de Bachtin-kring

de Bachtin-kring

Is zijn levensloop onduidelijk of sprake van ‘’gaten’’ in zijn curriculum vitae, ook het auteurschap van een aantal van zijn boeken is omstreden. Wanneer hij in Nevel een Kantseminar bijwoont, ontstaat een ‘’Bachtin-kring’’, een verzameling vrienden en onderzoekers die zich bezighouden met de studie van Europese filosofie en literatuurwetenschappen. Een lid van deze Bachtin-kring, de jurist en latere linguïst, Valentin Volosinov, schrijft een kritisch boek, Freudisme, over Freud en de psychoanalyse. Een ander lid, Pavel Medvedev, schrijft een ander zeer bekend geworden boek, De formele methode in de literatuurwetenschap. Ook dit boek is kritisch tegenover Freud. Velen stellen dat de echte auteur van deze werken Michail Bachtin is. Anderen beweren dat Volosinov en Medvedev de originele teksten en aantekeningen van Bachtin geredigeerd en uitgewerkt hebben. Momenteel lijkt men te denken dat beide heren toch de echte auteurs van de betrokken werken zijn. Allen zijn het er wel over eens dat Bachtins ideeën van beslissende betekenis zijn geweest voor de inhoud van beide boeken en een uitwerking van zijn gedachtegoed.

We kunnen het beginpunt van Bachtins scheppende werk dateren in 1921 als hij Filosofie van de handeling schrijft. Van dat werk is slechts een gedeelte bewaard gebleven, toch formuleert Bachtin juist in een van de overgebleven fragmenten een voor zijn filosofie belangrijk uitgangspunt. Het fragment spreekt over ‘handeling’ als uitgangspunt en is een uiteenzetting met het werk van Immanuel Kant.

immanuel_kant_painted_portrait

Immanuel Kant

Kant stelt in zijn ethiek dat men zo moest handelen dat dit handelen tot een algemene wet verklaard kan worden. De handeling, zo lijkt Kant te zeggen, is ‘’af’’ en het menselijke voorstellingsvermogen kan de werkelijkheid alleen bevatten door deze werkelijkheid te structureren door zijn waarneming. Daarnaast zegt Kant dat sommige kennis a priori, dus buiten de ervaring en de zichtbare wereld, beredeneerbaar is. Onze geest spiegelt niet de wereld zoals hij is, maar zoals hij zich aan ons voordoet.

Bachtin gelooft niet in a priori kennis en stelt dat ‘’een subject zich op een gegeven moment toch aan ons moet voordoen in de reële wereld’’. De handeling volstrekt zich in een enige concrete zichtbare, hoorbare en tastbare wereld en een praktische oriëntering in een theoretische wereld is niet voorstelbaar, daarin kan men niet leven en verantwoordelijk handelen. Een a priori subject geeft geen grondslag voor ethisch en moreel handelen. Daarnaast is de handeling nooit voltooid en vindt altijd plaats in interactie met meerdere handelingen en in een sociale context. Een handeling staat nooit op zichzelf, noch kan men doen alsof men niet deelneemt aan de handeling.

Het ‘’bachtiaanse’’ handelen is dus een concrete, participerende, scheppende en verantwoordingsvolle gebeurtenis. Verantwoordelijkheid is bij Bachtin een eveneens centraal begrip en verantwoordelijk handelen wordt bepaald door handelen in de concrete wereld en speelt zich niet af in de theoretische wereld van de ‘’wet’’ waarover Kant spreekt. Een handeling is altijd open, ‘’onvoltooid’’, en krijgt betekenis in wisselwerking met de ander op wie of het andere waarop de handeling zich betrekt. In deze redenering zien we de contouren opdoemen van Bachtins latere en bekendste filosofie van het dialogisme.

In 1929 verschijnt Problemen van de poëtica van Dostojevski, dat later Bachtins beroemdste boek zou worden. In dit boek komt Bachtin tot zijn bekendste theorie van het dialogisme en munt hij de term ‘’polyfonische roman’’. ‘’Polyfonie’’ is oorspronkelijk een term uit de muziek die verwijst naar het samenklinken van twee of meer stemmen en waarbij geen enkele stem de boventoon voert. In een polyfone stijl worden alle stemmen gelijk behandeld en is er geen zogenaamde ‘’bovenstem’’ die de regie voert.

Maar de ‘’polyfonie’’ van Bachtin heeft ook geen dirigent die de stemmen begeleidt. Weliswaar is er de auteur die ons de personages ‘’verschaft’’, de rollen toebedeelt aan zijn helden en het verhaal organiseert, maar hij bepaalt niet langer wat de personages denken. Zij bestaan onafhankelijk van hen en alle communicatie tussen hen is dialoog. De auteur is slechts een stem te midden die van zijn romanfiguren. De auteur verlaat zijn superieure positie en laat de romanfiguren allemaal hun verhaal vertellen. Hij plaatst zich op de achtergrond en maakt ons louter deelgenoot van de discussies tussen de personages. Ondanks dat de schrijver ‘’een buitenstaander’’ is, heeft hij vanuit zijn positie wel een verantwoordelijkheid. Hier keert het begrip ‘’verantwoordelijkheid’’ weer terug bij Bachtin. De auteur heeft de verplichting de lezer voldoende inzicht te geven in de communicatieve interactie tussen de verschillende personages. De dialoog tussen auteur, personages en lezer kent geen grenzen en slechts hij weerspiegelt de diepte en veelzijdigheid van het menselijke bestaan.

De veelzijdigheid van het menselijk bestaan is onmetelijk groot. Om dit gegeven enigszins recht te doen, dienen we het perspectief van de alwetende verteller te verlaten. Teneinde de grenzen van dit perspectief te overschrijden, moeten de personages in een roman de kans krijgen als vertellers op te treden. De verschillende binnenwerelden van de personages komen dan tot leven en de verbinding tussen deze binnenwerelden is de dialoog. De dialoog speelt zich af in de geest van de lezer die daarmee deelgenoot wordt in het werk van de schrijver. De lezer groeit als het ware zelf uit tot een personage, een stem in de roman. De dialoog geeft voeding aan de verbeelding en in de dialoog spiegelt zich de wereld aan ons, aldus Bachtin. Het leidt tot wat Salman Rushdie heeft gezegd over de nieuwe identiteit die ontstaat door het lezen van romans:

‘’ Wat door de geheime daad van het lezen wordt gewrocht, is een ander soort identiteit, wanneer de lezer en de schrijver via het medium van de tekst versmelten tot een collectief wezen dat zowel schrijft terwijl het leest, als leest terwijl het schrijft, en dat zo met vereende krachten, dat unieke werk, ‘hun’ roman, creëert. Deze geheime identiteit van lezer en schrijver is de grootste en de meest subversieve gave van de roman.’’

Bachtin stelt dat Dostojevski als auteur niet boven zijn romanfiguren staat, maar ertussenin. Hij spreekt niet over zijn helden, hij spreekt met ze. De romanfiguren hebben allen een eigen stem en belichamen een visie of een wereldaanschouwing. Daarnaast lijken zij in hun uitspraken voortdurend te anticiperen op wat de ander zegt en denkt. De auteur van de polyfone roman geeft zijn personages zo veel mogelijk vrijheid en het zelfbewustzijn van deze personages krijgt een vormgevende macht. Gaf Bachtin in zijn Filosofie van de handeling al aan dat een handeling altijd in een sociale context plaatsvindt en nooit af of op zichzelf staat, zo beargumenteert hij nu dat de dialoog nooit eindigt en schildering van de sociale context vereist.

Elke dialoog heeft een deel van het voorafgaande woord en het opvolgende woord in zich. Omdat de verschillende stemmen in de roman voortdurend op elkaar reageren en anticiperen, horen wij als lezer als het ware de ene stem door de andere stem heen klinken. En dit is een altijd voortschrijdend en scheppend proces. De vertellers in de roman hebben een even grote verantwoordelijkheid als de auteur en dragen een ‘’ideologische zelfstandigheid’’ waardoor zij in een positie verkeren ideeën voor het vervolg van het verhaal te formuleren en aan te dragen.

Wanneer de auteur een mening heeft over de held, dan verkondigt hij deze in het bijzijn van deze held en geeft in een positie van gelijkwaardigheid de held de gelegenheid op het standpunt van de auteur te reageren. In feite creëert de auteur een ‘’open plenum’’ waarin de romanpersonages driftig met elkaar discussiëren. In de dialoog confronteren de auteur, de helden en de lezer elkaar en alles wat zij over zichzelf weten, ervaren zij in dialoog met de ander.

Bachtin noemt het woord een ‘’arena’’ waar verschillende standpunten en betekenissen met elkaar strijden. Het woord krijgt zijn betekenis in de sociale interactie, in de dialoog met de ander. Elke sociale groep, aldus Bachtin, heeft zijn eigen taal. Hij verwijt de traditionele linguïstiek taal te bestuderen louter vanuit een structuralistische formalistische visie: men gebruikt de regels en grammatica van een taal om taaluitingen te bestuderen. Maar een woord ‘’verblijft’’ in de sociale interactie’’ en niet in een stelsel van formele regels. Een spreker moet voor zijn gesprekspartners taal en woorden vervatten in een context die voor de ander begrijpelijk is. De gesprekspartner moet de ‘’taaltekens’’ vanuit de sociale werkelijkheid kunnen begrijpen en interpreteren. Dialogische relaties zijn inherent aan elke vorm van taalgebruik.

Bachtin formuleert het zo:

‘’De linguïstiek bestudeert enkel de gemeenschappelijke logica van de taal als de factor die dialogische uitwisseling mogelijk maakt, maar weigert daarbij de dialogische relaties zelf te bestuderen. Deze dialogische relaties zijn niet herleidbaar tot logische of semantische relaties die op zichzelf losstaan van elk dialogisch aspect. Dialogische relaties zijn onmogelijk zonder logische en semantische relaties, maar ze kunnen niet tot deze herleid worden. Dialogische relaties hebben hun eigen specificiteit’.

Volgens Bachtin kunnen taalsysteem noch het individuele spreken afzonderlijk van elkaar bestudeerd worden. Men kan de concrete taaluiting niet begrijpen zonder naar een vastgelegd taalsysteem te verwijzen, maar de bestudering van het taalsysteem is evenzeer onmogelijk zonder het concrete taalgebruik te bestuderen. Het taalteken is een deel van een georganiseerde sociale interactie, van een dialoog. In feite pleit Bachtin voor een ‘’translinguïstische’’ taalstudie.

Sigmund Freud

Sigmund Freud

De theorie van Bachtin is niet alleen van eminente betekenis voor de taalwetenschap en het literatuuronderzoek, ook in de psychiatrie kent zijn filosofie van het dialogisme een grote weerklank. Bachtin bekritiseert Freud en de psychoanalytici door te stellen dat een gesprek tussen behandelende arts en patiënt een ontmoeting is tussen twee partijen van ongelijke status. De navolgeling van Bachtin, Volosinov, spreekt over het ‘’officiële’’ taalgebruik van de therapeut tegenover het ‘’niet-officiële’’ taalgebruik van de patiënt. Het onbewuste van de patiënt staat niet tegenover het bewuste van de arts, maar vooral tegenover zijn standpunten en eisen. Bovendien zal in veel gevallen de patiënt zich verzetten tegen de interpretatie van zijn problematiek door zijn therapeut. Er is geen echte vrije dialoog tussen hen.

Zoals we hebben gezien, benadrukt Bachtin sterk de sociale context waarin communicatie en dialoog plaatsvinden. Een taaluiting is nooit puur formeel en louter verbonden aan taalkundige regels en grammaticaregels. Het is de sociale context die de taaluiting betekenis geeft en een gesprekspartner, de ‘’ontvanger’’ van de taalboodschap, heeft die sociale achtergrond nodig om het te begrijpen.

Natuurlijk ontwaren we hierin een marxistische interpretatie van onze psyche, die zegt dat ook ons onderbewuste sociaal bepaald is een dus een materialistische basis heeft. Bachtin en zijn navolgelingen waren in dat opzicht kind van hun tijd en ook vaak gedwongen zich te houden aan ideologische richtlijnen. Niettemin heeft zijn theorie een blijvende en zeer waardevolle bijdrage geleverd aan ons begrip van taal en communicatie, en ook het denken over andere menswetenschappen op verrassende en verrijkende wijze gestimuleerd.

Vanuit het dialogisme van Bachtin zijn bijvoorbeeld therapieën ontwikkeld bij de hulpverlening aan psychotische patiënten. De psychoticus wordt weleens omschreven als een persoon die een ‘’ontregelde’’ relatie heeft met zijn innerlijk en verscheurd wordt door ‘’interne stemmen’’. De therapeut zou zich vanuit Bachtins theorie kunnen opstellen als een ‘’stem’’ die tracht de andere stemmen die de psychoticus teisteren, te kalmeren en te sturen. De psychoticus zal de stem van de therapeut erkennen als zijn gelijkwaardige en zijn ‘’advies’’ accepteren. Deze therapieën nemen de innerlijke dialoog, zoals Bachtin die beschreven heeft, als vertrekpunt voor hun aanpak.

In Finland is de ‘’Open-Dialoog-Benadering’’ ontwikkeld die uitgaat van een aantal uitgangspunten die Bachtin geformuleerd heeft en waarin dialoog en polyfonie een betekenisvolle rol spelen. De psychotische patiënt communiceert met alle betrokkenen bij zijn crisis en dit gebeurt zo veel mogelijk in een ‘’normale’’ omgeving, buiten de muren van de kliniek of het ziekenhuis. De therapeuten en hulpverleners stellen zich terughoudend op (vergelijkbaar met de positie van de auteur in de polyfone roman) en geven anderen de kans in dialoog met elkaar ideeën en oplossing aan te dragen.

Deze behandeling streeft ernaar de psychoticus de juiste woorden te laten vinden om de woorden van de anderen te vertalen naar zijn eigen situatie. Hij vertaalt dan de ‘’therapeutische’’ woorden naar zijn eigen sociale context, waardoor deze woorden ook daadwerkelijk betekenis krijgen en dus bijdragen aan zijn genezing. In de dialoog worden ‘’vreemde woorden’’ vertaald in ‘’onze eigen woorden’’, zegt Volosinov.

Michail Bachtin was een groot en vernieuwend denker met ideeën die tot op dag van vandaag de grenzen van zijn eigen discipline ver overschrijden en op vele terreinen grote invloed uitoefenen. Zijn filosofie verheugt zich zelfs in een nog altijd groeiende bijval. Het is treurig dat hij in levenden lijve niets van deze waardering heeft kunnen meemaken. Maar het misdadige bolsjewistische regime is het niet gelukt hem uit de geschiedenis te wissen. Gelukkig zal daarom deze grote geest ons nog lang inspireren.

0

No Comments Yet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Translate »
%d bloggers liken dit: