Charles Taylor: liberaal en sociaal denker

220px-Charles_Taylor

De Canadese politieke filosoof Charles Taylor schreef twee klassieke filosofische boeken: ‘De ‘bronnen van het zelf’ (1989) en ‘Een seculiere tijd’ (2007). Beide boeken behandelen de totstandkoming en de bronnen van de identiteit van de moderne mens. Daarnaast stelt Taylor dat we deze bronnen uit het oog zijn verloren.

Taylor wordt vaak gezien als een ‘bruggenbouwer’ omdat hij probeert een dialoog op te zetten tussen verschillende mensen en gemeenschappen en de uiteenlopende standpunten te verzoenen. Daarbij toont hij het grootst mogelijke respect voor ieders standpunt, ook wanneer dit standpunt ver van het zijne ligt. Met respect bedoelt Taylor het bewonderen van iemands prestaties en verdiensten en NIET afstand houden en tolereren. Dat is een enorm verschil. Bij Taylor is respect gebaseerd op inhoud en wat mensen betekenen, en niet op simpelweg hun aanwezigheid en ‘anders zijn’ accepteren.

Charles Taylor werd geboren in 1931 in Montreal, Canada. Dit is in de Franstalige provincie Quebec. Hij krijgt een tweetalige opvoeding, zijn moeder is een Franssprekende katholiek en zijn vader een Engelstalig protestant. Deze ‘dualiteit’ in zijn opvoeding keert terug in zijn filosofische geschriften. Hij kan dan ook niet ondergebracht worden in de Angelsaksische (Engelssprekend gedeelte van de wereld: Amerika, Canada en Engeland), noch in de continentale filosofische traditie (grofweg Europa, vaak Duitse en Franse filosofen).

Het is in veel opzichten een grove en kunstmatige scheiding, maar in de Angelsaksische wereld is filosofie meer gericht op de interpretatie van teksten en behandelt de problemen die door ‘verkeerd’ of ‘onduidelijk’ taalgebruik veroorzaakt worden. Deze discipline wordt vaak ‘analytische’ filosofie of ‘taalfilosofie’ genoemd. Logica, meetbaarheid en strikte parameters bij onderzoek zijn cruciaal binnen deze school. Filosofen in deze traditie trachten ideeën en problemen ‘los te weken’ van de tijd, omgeving en ruimte waarin zij verschijnen. Zij kijken naar een filosofisch probleem ‘zoals het is’ en negeren zo veel mogelijk andere omstandigheden of criteria die hun beoordelingsvermogen kunnen vertroebelen.

In ‘Europa’ houdt filosofie zich meer bezig met objecten of zaken die we niet direct zien of voelen. Een invloedrijke gedachte in deze school van filosofie is dat kennis niet uitsluitend is gebaseerd op ervaring en empirie, maar eveneens op hoe wij ‘innerlijk’ objecten ervaren en interpreteren. Door de ‘onttovering’ en rationalisering van de wereld hebben we het zicht op de belangrijkste bron van informatie verloren: onze directe omgeving en het ervaren daarvan. Binnen deze filosofische traditie staat beleving van de omgeving centraal.

Het is belangrijk vast te stellen hoe objecten en indrukken ons bewustzijn binnenkomen en hoe het bewustzijn deze indrukken ‘teruggeeft’ aan ons verstand. Deze traditie wordt vaak ‘idealistische’ filosofie genoemd en zij besteedt juist veel aandacht aan de omstandigheden waaronder sociale verschijnselen zich voordoen. Deze filosofische traditie ziet de natuur als een ‘volledig subject’, terwijl analytische filosofen natuur als object zien en haar zo veel mogelijk negeren.

Men zou kunnen stellen dat analytische filosofie zich meer bezighoudt met concrete en materiële zaken, terwijl continentale filosofie zich concentreert op immateriële en metafysische kwesties. De scheiding tussen de twee scholen is enigszins arbitrair en vervaagt in veel gevallen. Er zijn vele filosofen in de Angelsaksische wereld die continentale filosofie bedrijven en andersom geldt natuurlijk ook. We hebben hier over Wittgenstein gesproken, een Europese filosoof die vooral met taal en interpretatie ervan bezig was. Daarnaast deed hij de uitspraak dat we moeten zwijgen over dingen die we niet kennen. Dat zou een filosoof in de continentale traditie nooit zeggen!

Taylor behoort tot geen van de tradities, maar is tegelijkertijd door beide beïnvloed. Zijn uitgangspunt is het individu, maar hij staat nadrukkelijk stil bij de omstandigheden waaronder het individu leeft en hoe deze omstandigheden zijn ideeën en opvattingen beïnvloeden. Taylor wordt vaak de filosoof van het communitarisme genoemd, een stroming binnen de filosofie die benadrukt dat individuen onderdeel zijn van een sociale omgeving die hen ideeën, opvattingen en wensen geeft. Van Taylor wordt vaak gezegd dat hij de continentale traditie de analytische school heeft ‘binnengesmokkeld’.

De analytische school is sterk verweven met het liberalisme en liberale denkers. De kern van liberalisme is de vrijheid van het individu. En liberale theoretici trachten deze vrijheid te vatten in woorden die onafhankelijk zijn van de sociale, historische en culturele context, aangezien menselijke waarden universeel dienen te zijn. Liberalen zien de mens als een autonoom wezen en de samenleving als een verzameling van autonome individuen. Het liberale denken is dominant in de wereld en heeft bijvoorbeeld geleid tot het opstellen van de Declaratie van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties. Deze rechten overstijgen alle internationale en nationale wetten en dienen te gelden voor alle naties en culturen. Liberale denkers beschouwen hen als principes waarmee alle mensen akkoord moeten gaan en deze principes moeten overal toegepast worden en in wetgeving vastgelegd worden.

Vanzelfsprekend ben ik het roerend hiermee eens. We hebben universele waarden en rechten nodig waar we allemaal mee in kunnen stemmen. Vrijheid en democratie zouden zonder dit onmogelijk zijn. Zonder liberalisme en liberaal denken is democratie ondenkbaar. En liberalisme heeft het mogelijk gemaakt algemeen geldende morele en ethische waarden te formuleren.

Charles Taylor, die zichzelf een ‘sociaal-liberaal’ noemt, stemt hiermee ook in, maar heeft een fundamenteel en belangrijk bezwaar. Liberalen, aldus Taylor, negeren de belangrijkste bron voor ethiek: de mensen zelf! En zij negeren de bronnen die mensen aanboren om tot universeel geldende morele rechten en wetten te komen.

CharlesTaylor2

 

Volgens Taylor hebben we in het westerse liberalisme afgeleerd onze morele principes en waarden te formuleren, omdat we de bronnen die deze waarden leveren, uit het oog verloren zijn en niet meer uit deze bronnen putten. We zien niet meer het vertrekpunt van onze waarden en begrijpen niet langer waar ze vandaan komen. Onze waarden zijn emotieloos, abstract en steriel. We kiezen onze principes zoals we schoenen uitzoeken in de winkel. Onze cultuur doet het voorkomen dat morele keuzes zomaar gemaakt kunnen worden en ook weer even gemakkelijk ‘ingeruild’ voor andere.

Omdat waarden en normen abstracte concepten zijn geworden, beschouwen wij ze als vanzelfsprekend voor individuen en spannen we ons niet langer in voor het algemeen welzijn van mensen. De morele plicht hierover na te denken, voelen wij niet meer. Taylor betreurt dit en stelt dat een samenleving meer is dan een verzameling van individuen waarbij een ieder afzonderlijk zijn rechten claimt.

De identiteit van mensen is niet een ‘project’ dat snel en doelmatig uitgevoerd moet worden. Taylor stelt dat mensen maar beperkt zelf keuzes kunnen maken die hun identiteit bepalen. Identiteit van mensen hangt altijd samen met de sociale en culturele context waarin mensen leven. De gemeenschap waarin mensen leven, is cruciaal voor de vorming van de identiteit van mensen. Zij bepaalt grotendeels wat voor waarden mensen hebben.

Taylor ziet het als zijn taak om mensen de herkomst van hun morele ideeën en waarden te laten herontdekken. In ‘Bronnen van het zelf’’ toont hij ons de bronnen van moraliteit en ethiek en hoe deze zich ontwikkeld hebben van religieuze concepten tot ideeën geabsorbeerd door individuen. Taylor noemt de ontwikkeling van morele ideeën ‘de verinnerlijking van het zelf’’. Door de eeuwen heen hebben mensen opvattingen uit het antieke Griekenland, van de kerkvader Augustinus en van de Verlichting tot zich genomen en ze zelf verder vormgegeven. Op deze wijze is het individu de ultieme bron geworden voor waarden en ethiek.

Taylor, zelf een gelovig en praktiserend katholiek, pleit niet voor een herstel van een collectieve ‘christelijke’ ethiek. Hij wil dat het individu het uitgangspunt blijft, maar stelt voor ons te heroriënteren op onze uitgangspunten.  Maar is een achterliggende morele fundering van onze leven juist niet een beknotting van onze vrijheid in plaats van deze uit te diepen? Het individu kan juist vanuit zijn ‘autonomie’ komen tot verkenning van andere levensvormen en bijdragen aan verrijking van het dagelijks leven, zonder zich daarbij te conformeren aan de culturele eenheidsworst en het ‘’waardeconsumentisme’ waar Taylor zich zo veel aan ergert.

Taylors morele bronnen weerspiegelen naar mijn mening te sterk een christelijke zienswijze en de wens een algemeen geldende moraal te vestigen.  Een nieuw keurslijf dat we juist en met recht hebben afgeschud. Ik vind veel van zijn opmerkingen en opvattingen bijzonder sympathiek en toegelicht met een eruditie die niet anders dan indrukwekkend genoemd kan worden. Maar voor mijn gevoel heeft de liberale zienswijze meer betekenis: de mens kan zijn leven naar eigen inzicht inrichten en juist op die manier zoeken naar verrijking van zijn bestaan.

‘Der achtzehnte Brumaire des Louis Bonaparte’ van Karl Marx: sociologisch juweel

 

 

 

Marx_Brumaire_1885

Tussen december 1851 en maart 1852 schrijft Karl Marx ‘Der achtzehnte Brumaire des Louis Bonaparte’, een absolute klassieker in de geschiedenis van de sociale wetenschappen. Daarnaast is het werk van hoog literair niveau, een hoogtepunt in de Duitse taal.

Het is moeilijk iets over Marx te zeggen, en ik voel mij daarbij bezwaard. Men zou kunnen argumenteren dat er een directe weg is vanaf Marx via Lenin en de gruwelijke bolsjevistische revolutie naar de verschrikkingen van de Goelag. Velen hebben gewezen op de immorele en autoritaire trekken in het werk van Marx. En daar ben ik volledig mee eens.

Mij zeer dierbare landen als Rusland en Oekraïne lijden nog altijd onder de communistische erfenis en het misbruik dat daar gemaakt is van marxistisch geënte theorieën en voorspellingen. Veel van de sociale problematiek die in deze landen speelt, is een gevolg van de communistische dictatuur. Als we kijken naar het Oekraïne-conflict, Poetins visie op Oekraïne is grotendeels gebaseerd op de sovjetinterpretatie van de geschiedenis van dat land. Sovjethistorici hebben altijd de ‘gezamenlijke’ geschiedenis van Rusland en Oekraïne benadrukt en negeren bijna volledig andere belangrijke invloeden en tradities die de moderne Oekraïense maatschappij hebben vormgegeven.

Voordat ik iets over het boek van Marx ga zeggen, laat het duidelijk zijn dat ik het niet eens ben met Marx’ visie op de geschiedenis en mensheid. Ik heb hoge achting voor zijn intellectuele ideeën en erfenis, maar ben fel gekant tegen zijn conclusies.  En ik spreek louter over Marx zelf en niet over marxisme. Dat is in mijn ogen een schadelijke, bijna kwaadaardige ideologie, zoals alle ideologieën destructief zijn en het echte en creatieve denken over maatschappelijke vraagstukken verlammen.

Maar ik moet toegeven dat ik een mate van bewondering voor Marx koester. Voor mij bestaan er twee ‘Marxen’: de eerste Marx die de komst van een klasseloze samenleving voorspelde en de tweede die een van de scherpste en invloedrijkste maatschappelijke analyses maakte ooit. Een aantal cruciale onderdelen uit deze analyse zijn nog altijd steekhoudend en hebben in de sociale wetenschappen op gebied van onderzoek en methodologie een blijvende betekenis. Ik sluit mij aan bij wat de Vlaamse politicus en burgemeester van Leuven, Louis Tobback, heeft gezegd: ‘Ik beschouw de economische analyse van Marx nog altijd als valabel’. Het is deze ‘Marx’ die ik bewonder en ons respect verdient, laten we de andere ‘Marx’ maar vergeten!

 

 

kmlb1

Terug naar ‘Der achtzehnte Brumaire des Louis Bonaparte’. In 1852 komt de neef van de grote Napoleon aan de macht in Frankrijk. Laatstgenoemde had in 1799 de macht veroverd op een datum die ‘achttiende Brumaire’ heette naar de jaartelling die Franse Republiek destijds hanteerde. Aan deze zaken ontleent het boek zijn titel. Door de staatsgreep van Louis Bonaparte wordt Frankrijk weer een monarchie.

Tussen 1848, het jaar van de mislukte revolutie, en 1852 baant Louis Bonaparte zich een weg naar de macht. Marx beschrijft in zijn boek hoe dit in zijn werk gaat en toont ons de machinaties en intriges van Louis Bonaparte. Dit is op zich niet erg origineel en vele andere auteurs hadden dit al eerder gedaan. Dus rijst de vraag, waarin onderscheidt Marx’ boek zich van andere?

De methode en theoretische aanpak van Marx maken van zijn boek een meesterwerk. Hij besteedt nauwgezet aandacht aan de rol van sociale groepen (later werd dat ‘klassen’ genoemd) die betrokken zijn bij het ontvouwen van de gebeurtenissen: de adel, de bureaucratie, de burgerij (‘de bourgeoisie’), het leger, de boeren en de arbeiders (‘het proletariaat’). Marx laat zien hoe een aanvankelijke volksopstand uitmondt in een herstel van de oude machtsstructuren en verklaart daarbij waarom zaken de wending nemen die zij nemen.

Volgens Marx drijven sociale conflicten de geschiedenis voort. Hij gelooft ook dat handelen het menselijk bewustzijn bepaalt en niet andersom. Dat zijn geen unieke gedachten, ook niet in de tijd van Marx, maar hij ontwikkelt een theoretisch kader waarin oorzaak en gevolg van sociale conflicten geplaatst en geanalyseerd kunnen worden. Zijn theorie behoort tot de klassieken van de sociale wetenschap en heeft velen, ook niet-marxisten, beïnvloed en hen uitgenodigd wezenlijke bijdrages te leveren aan de analyse van historische gebeurtenissen. Tot op heden blijft het denken van Marx een inspiratiebron.

Marx observeert met precies oog de sociale, economische en politieke omstandigheden van een gegeven historische situatie en beschrijft meesterlijk hoe deze verschillende ‘variabelen’ invloed uitoefenen op de afloop ervan. Hij legt het fundament voor een discipline die we heden ten dage kennen als sociologie. Sociologie wordt vaak gedefinieerd als de studie van het gedrag van de mens, zowel individueel als in groepsverband. In dat geval is ‘Brumaire’ een lichtend voorbeeld van deze definitie en een van de eerste en beste pogingen een sociologische analyse te maken. Marx is daarmee een van de grondleggers van de moderne sociologie.

Vaak word zijn naam geassocieerd met het citaat ‘productiewijzen en historische structuren bepalen de loop van de geschiedenis’, maar ‘Brumaire’ toont dat individuen historische gebeurtenissen vergaand beïnvloeden en dat Marx dit heel goed begrijpt. Hij plaatst daarbij gewoonweg een groot accent op de omstandigheden die zij van vorige generaties hebben geërfd.

Minstens even belangrijk aan ‘Brumaire’ is de elegante en ironische literaire stijl waarin het geschreven is. Het wordt terecht gerekend tot een van de beste boeken van de negentiende eeuw. Marx wordt vaak weggezet als een slechte en slordige schrijver, maar daar ben ik het niet mee eens. Op zijn beste momenten is hij een voortreffelijke schrijver en wordt de lezer ‘de lectuur ingezogen’. Soms is zijn stijl duister en mysterieus, een bijna ‘gotische’ vorm van literatuur. Ik moet nu eerlijk zijn: de eerste keer dat ik het las, zag ik dat niet. Het is Duits uit de negentiende eeuw en Marx’ stijl is verre van eenvoudig. Maar bij herlezingen begon ik de literaire merites van het boek te herkennen.

Vaak zijn boeken die vanuit rancune of teleurstelling zijn geschreven, boeiende en meeslepende boeken. Dit geldt zeker voor ‘Brumaire’. Marx was teleurgesteld over de afloop van de 1848-revolutie en had een sterke intrinsieke motivatie uit te zoeken waarom dat het geval was. Marx is vaak ook scherp en sardonisch wanneer het om personen gaat die hij niet prettig vindt of gewoon een hekel aan heeft. Louis Bonaparte heeft hij duidelijk niet hoog zitten en dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Dat is een negatieve invalshoek, maar voedt in dit geval wel zijn inspiratie voor zowel de inhoud evenals voor de stijl van het boek.

Een ander voorbeeld hiervan is Trotski’s ‘De Revolutie verraden’, waarin de later in Mexico vermoordde animator van de Oktoberrevolutie in 1917  Stalin en zijn rol bij de opbouw van de Sovjetunie scherp veroordeelt. Men proeft de rancune van Trotski tegen Stalin op iedere bladzijde en dit levert bij tijd en wijle schitterende teksten op.

Marx is een groot kenner van klassieke literatuur en zijn werk is bezaaid met honderden citaten van zijn favoriete auteurs (Shakespeare is zijn favoriete auteur). Geduldig legt hij zijn theorieën uit en ondersteunt de pointes van zijn theorieën met citaten. Wanneer Marx gepassioneerd raakt over een thema, gebruikt hij levendige en kleurrijke metaforen om de lezer te overtuigen.

Voor mij persoonlijk heeft Marx een allesoverheersende betekenis: wat er ook gebeurt in de wereld, bij elk politiek of sociaal conflict, de kwestie van sociale rechtvaardigheid komt altijd ter tafel. Natuurlijk, het begrip ‘sociale rechtvaardigheid’ is in de twintigste eeuw op gruwelijke wijze misbruikt. Maar geen staat, geen regering, geen enkele samenleving kan dit thema negeren en dat is voor mij zijn eeuwige betekenis: Marx formuleerde dit vraagstuk op een wijze die niemand hem ooit zal evenaren.

 

Disclaimer voor franswulffele

ikzelf (Kamer van Koophandel: geen), hierna te noemen boekenwulf, verleent u hierbij toegang tot franswulffele (“de Website”) en publiceert hier ter informatie en vermaak teksten, afbeeldingen en andere materialen voor particuliere, niet-commerciële doeleinden.

boekenwulf behoudt zich daarbij het recht voor op elk moment de inhoud aan te passen of onderdelen te verwijderen zonder daarover aan u mededeling te hoeven doen.

Beperkte aansprakelijkheid

boekenwulf spant zich in om de inhoud van de Website zo vaak mogelijk te actualiseren en/of aan te vullen. Ondanks deze zorg en aandacht is het mogelijk dat inhoud onvolledig en/of onjuist is.

De op de Website aangeboden materialen worden aangeboden zonder enige vorm van garantie of aanspraak op juistheid. Deze materialen kunnen op elk moment wijzigen zonder voorafgaande mededeling van boekenwulf.

Voor de gevolgen van programmeer- en typefouten wordt geen aansprakelijkheid aanvaard. Geen overeenkomst komt tot stand op basis van dergelijke fouten.

Voor op de Website opgenomen hyperlinks naar websites of diensten van derden kan boekenwulf nimmer aansprakelijkheid aanvaarden.

Auteursrechten

Alle rechten van intellectuele eigendom betreffende deze materialen liggen bij boekenwulf.

Kopiëren, verspreiden en elk ander gebruik van deze materialen is niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van boekenwulf, behoudens en slechts voor zover anders bepaald in regelingen van dwingend recht (zoals citaatrecht), tenzij bij specifieke materialen anders aangegeven is.

Overig

Deze disclaimer kan van tijd tot tijd wijzigen.

Een bevlogen lezer heet u van harte welkom op zijn blog

Op mijn zestiende las ik ”Misdaad en straf” van Dostojevski en daarmee is de liefde voor lezen, boeken en literatuur ontstaan. De aanleiding om dit boek te lezen, die weet ik niet meer, maar het heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt.  Als tiener ervaar je vele veranderingen en zijn ervaringen heviger, omdat ze nieuw zijn. Dan is de verbluffende psychologie van Dostojevski, ondanks het feit dat ik veel uiteraard (nog) niet begreep, een soort handboek om je eigen inzichten en gevoelens beter te analyseren. Het lezen is daarna een groot deel van mijn leven geworden.

Een ander cruciaal gevolg van mijn eerste serieuze lezerservaringen was dat ik in Leiden Ruslandkunde ben gaan studeren. Dostojevski had mijn interesse voor Rusland en het Russisch aangewakkerd en ik wilde zijn boeken in het origineel lezen. Tijdens mijn studie heb ik de enorme schatkamer van de klassieke Russische literatuur ontdekt en me verdiept in een eindeloos fascinerende cultuur. Vergeet u Poetin! Rusland is zo veel meer dan deze gewezen spion en middelmatige judoka.

Een ander beslissend moment voor mij, als we het over lezen hebben, was het schrijven van een werkstuk voor Nederlands op het VWO: dat werkstuk ging over Harry Mulisch. Veel van de artikelen die ik daarbij moest lezen, verwezen naar de polemiek tussen Mulisch en Willem Frederik Hermans.  Tegen de tijd dat ik het werkstuk had geschreven, was ik helemaal in de ban geraakt van Hermans. Zijn uitspraken en stellingen leken me zo absurd, ik begreep er geen snars van…Het deed me wel besluiten Hermans te gaan lezen en sindsdien is hij mijn favoriete auteur.  Hij is naar mijn persoonlijke overtuiging onze meest filosofische schrijver.

Via Dostojevski en Hermans vond ik de weg naar andere literaire grootheden en literatuur van andere landen.  Ik moet u daarbij wel vertellen dat ik een voorkeur heb voor klassieke, ”oudere” schrijvers, maar een van mijn persoonlijke doelstellingen bij dit blog is meer vertrouwd te raken met nieuwe hedendaagse literatuur. Van die ontwikkeling wil ik u graag deelgenoot maken.  Ik hoop ook dat mensen die mijn blog volgen op een gegeven moment ook mee willen doen.  Het uitwisselen van ervaringen lijkt me heel leuk. Ik zie dit blog ook zeker als een manier om meer te leren en nieuwe dingen te ontdekken.

Tijdens mijn studie ben ik zijdelings in aanraking gekomen met geschiedenis, politicologie, filosofie en sociologie. In geen van deze disciplines bezit ik enige expertise of inzichten gebaseerd op wetenschappelijke gronden. Wel ben ik ook op deze terreinen een verwoed lezer geworden en wil ik puur en alleen mijn leeservaringen als liefhebber met u delen. U zult herkennen dat u tijdens het lezen dingen tegenkomt die u verder wilt uitzoeken. Veel van uw favoriete auteurs beroepen zich op andere schrijvers, maar ook op historische gebeurtenissen, personages en filosofische inzichten. Daarnaast is het soms belangrijk naar de autobiografische elementen in het werk van een schrijver te kijken. Mijn blog zal hier zeker ook bij stilstaan. Het is een reflectie op mijn eigen bevindingen en een neerslag van de ”onderzoeksresultaten”.

Dit verklaart voor een groot deel de werkwijze die ik hanteer. Voor zowel literatuur als non-fictie geldt dat ik kies voor het schrijven van artikelen en korte beschouwingen, in plaats van recensies te schrijven. Ik tracht de thema’s in een breder kader te plaatsen of de achtergronden te schilderen. Veel artikelen zullen vergelijkingen trekken en daarbij overschrijdt men al gauw de grenzen van de verschillende disciplines. Het zij herhaald, wat ik schrijf, is puur liefhebberij en weerspiegelt louter mijn ervaringen en meningen. Het is echter mijn vurige wens dat anderen zich hierin herkennen, erdoor geïnspireerd raken en nog enthousiaster worden voor lezen en boeken.

Frans Wulffele, Rotterdam 17 juli 2016

 

Celine boosaardig genie

Louis-Ferdinand celine autographe

Celine is het pseudoniem van de Franse schrijver Louis Ferdinand Destouches, een van de meest omstreden literaire persoonlijkheden ooit. Hij werd geboren in Courbevoie, een klein stadje bij Parijs. Tijdens zijn actieve leven was hij arts, een beroep dat hem bij uitstek hielp de angsten, het lijden en zorgen van mensen te beschrijven, maar eveneens hun kleinburgerlijkheden, vooroordelen, lafheid en intriges. Hij stierf in 1961 in Meudon, ook een stadje bij Parijs.

Celine is het best bekend vanwege zijn eerste twee romans: ‘Reis naar het einde van de nacht’ en ‘Dood op krediet’. Vooral ‘Reis’ behoort tot de meest geprezen romans van de twintigste eeuw en volgens sommigen is het een van de beste boeken geschreven ooit. Dit boek deed de literatuur op haar grondvesten schudden en nog altijd trilt de literaire wereld tot op dag van vandaag na. Het is zonder enige twijfel een van de essentiële boeken van de vorige eeuw.

‘Reis naar het einde van de nacht’ neemt de lezer in sneltreinvaart mee met het relaas van Ferdinand Bardamu, het alter ego van Celine in het boek. Net zoals Celine is Bardamu een arts. De dwaasheid van de Eerste Wereldoorlog, de armoede en ellende van zijn patiënten, de wreedheid en slechtheid van mensen en het racisme van de blanke heersers tegenover de zwarten in Afrika, dit alles wordt onvergetelijk en meedogenloos geportretteerd door Celine in zijn messcherpe en huiveringwekkende stijl.

Celine toont ons de mens in al zijn lelijkheid en zijn proza is gitzwart, maar tegelijkertijd humoristisch. Hij beschrijft zonder enig erbarmen de zwakheden en gebreken van zijn helden. Celine lijkt weinig om mensen te geven, met hier en daar een uitzondering. Hij schotelt de lezer een duister schilderij met apocalyptische schetsen voor en creëert een volstrekt unieke ‘zwarte lyriek’. Celine zegt zelf: ‘Het is tijd de mens in al zijn slechtheid te tonen!’ In zijn werk bestaan slechts fragmentarisch momenten van warmte en hoop, maar wanneer zij verschijnen, dan tekent Celine ze op met dezelfde literaire genialiteit die we van hem kennen.

Zowel de stijl evenals de taal maken ‘Reis’ tot een geweldig boek. Celine creëert een stijl die de ‘taal van de straat’ en spreektaal samenbalt tot grote literatuur. Zijn eerste boek zet de Franse taal en literatuur op zijn kop. Zijn niet-aflatende anarchie en onverhulde hoon voor welke literaire traditie dan ook maken van hem een van de grootste vernieuwers van proza ooit.

Zijn proza kan men niet kenschetsen als ‘mooischrijverij’ of stilistisch schrijven, maar hoe hij taal gebruikt, geeft ons een schatkamer aan literaire schoonheid en leidt soms zelf tot nieuwe woorden en uitdrukkingen. Op het eerste oog ziet de lezer zich geconfronteerd met een schijnbare chaos en een woordenbrij. De telegramstijl, het afwijkende gebruik van interpunctie en de brokkelige dialogen, dit alles verwart de lezer in hoge mate en er lijken geen aanknopingspunten te zijn. De lezer blijft radeloos achter.

Maar niets is minder waar! Achter de schijnbare chaos gaat een strikte order schuil. Celine ‘ontwerpt’ zijn proza met akelige precisie en toewijding. Ritme en melodie moeten kloppen, geen enkel woord is bij toeval gekozen. Hij gooit de woordvolgorde om, alleen maar om het juiste tempo te vinden en het effect ervan op de lezer te vergroten. Wanneer een gedeelte hem niet bevalt, begint hij gewoon opnieuw. Celines manuscripten zijn duizenden pagina’s lang.

Celine zelf noemt zijn stijl ‘mijn kleine muziek’. Het leest als muziekstukken, vol van melodie en harmonieën, het golft over de bladzijden. De lezer luistert naar een ‘symfonie’ van woorden en klanken. Celine heeft een obsessie voor dansen en danseressen. Hij heeft dan ook een aantal affaires met danseressen in zijn leven. De erotiek en de sensuele bewegingen van het vrouwelijk lichaam trekken hem aan. In de literatuur streeft hij hetzelfde doel na: hij wil dat de woorden en zinnen ‘dansen’ voor de ogen van de lezer en de indruk wekken dat alles in beweging is.

Ondanks het feit dat Celine geen lange en mooie zinnen schrijft, is hij een echte taalvirtuoos. Velen heeft men deze titel toegeschreven, maar Celine tovert werkelijk met taal. Hij gelooft dat alleen afbeeldingen en beelden emoties kunnen opwekken bij mensen en hun verbeelding stimuleren. Tot nu toe was literatuur louter ‘emotie op papier’. Het mag dan allemaal mooi opgeschreven zijn, maar woorden op papier doen mensen niet fantaseren of vangt niet werkelijk hun aandacht voor het verhaal. Celine wil ‘schilderen’ met woorden en geluid, opdat de lezer een visueel beeld vormt van wat zich afspeelt.

‘Mijn woorden moeten direct in het zenuwstelsel van mensen binnenkomen en onmiddellijk emoties oproepen. Alleen wanneer mensen zich mijn woorden kunnen voorstellen, zullen zij mijn verhalen tot zich nemen.’

Dit is een verrassende moderne kijk op literatuur en spreekt ons tot de verbeelding. Op deze wijze is Celine een visionair en voorloper van vele nieuwe trends op het gebied van sociale media. Hij begrijpt als de beste dat het menselijk brein beelden en kleuren nodig heeft om tot creativiteit te komen. Celines werk en visie hebben literatuur ingrijpend en blijvend veranderd.

In 1936 bezoekt Celine de Sovjetunie. In tegenstelling tot veel andere intellectuelen en schrijvers, doorziet hij de Sovjetpropaganda en begrijpt dat slecht een façade wordt getoond. Celine wordt een felle anticommunist en vreest dat het ‘joodse bolsjevisme’ de wereld gaat overnemen, inclusief zijn eigen land Frankrijk. Hij besluit een aantal politieke pamfletten te schrijven, met verstrekkende gevolgen…Hij schrijft een aantal afschuwelijke weerzinwekkende antisemitische essays dat hem zijn huidige slechte reputatie bezorgt. In deze pamfletten beweert hij ook dat ‘Hitler Frankrijk en Europa kan redden’.

In 1941, nadat de Duitsers Frankrijk bezet hebben, schrijft hij een aantal artikelen voor Duitsgezinde kranten en tijdschriften en getuigt daarbij wederom van een deerniswekkend antisemitisme. Ofschoon hij tijdens de oorlog niet actief met de Duitsers collaboreert, biedt hij nooit zijn excuses aan voor de artikelen die hij geschreven heeft. Zelfs na de oorlog, wanneer de gruwelijke misdaden van de nazi’s bekend worden, verklaart hij dat hij ‘alle aandacht voor die ”kleine Esther” niet kan begrijpen’. Met de ‘kleine Esther’ bedoelt hij Anne Frank die haar beroemde dagboek schreef toen ze ondergedoken voor de nazi’s in het Achterhuis in Amsterdam zat. De familie werd verraden in 1944 en Anne en haar zus Margo stierven in concentratiekamp Bergen-Belsen in februari 1945, slechts dagen voordat het kamp bevrijd werd.

We hebben hier te maken met een briljante schrijver die helaas niet uitblinkt als goed mens. Dat is op zich geen probleem, mijns inziens, het werk van een dergelijke persoon te bewonderen, maar in het geval van Celine heb ik er, gezien de aard van zijn uitlatingen en opvattingen, toch grote moeite mee. Gebrekkige mensen zijn we allemaal, maar het rabiate antisemitisme van Celine schuurt enorm op de achtergrond wanneer men hem leest. Zelfs toen de feiten bekend waren, deed hij geen afstand van zijn zienswijze.

De invloed van Celine is onmiskenbaar en ook Nederlandse schrijvers heeft hij diepgaand beïnvloed. Met name mijn favoriete schrijver, W.F. Hermans, steekt niet onder stoelen of banken dat hij Celine ziet als een belangrijke invloed.

Maar hoe heeft de Franse romancier Hermans dan beïnvloed? Qua stijl zijn er bijna geen schrijvers te bedenken die zover uit elkaar liggen als juist deze twee. Celine is de artiest met woorden, terwijl Hermans een rationalist is die een sobere stijl hanteert.

Wat hen samenbindt, is beider diepzwarte pessimistische opvatting van de menselijke natuur. Hun overeenkomst ligt in thematiek en wereldbeeld. Beiden zijn meesters in het beschrijven van hoe mensen falen hun doelen en idealen te verwezenlijken en ten prooi vallen aan hun illusies. Hermans refereert dikwijls aan Celine en noemt hem een ‘vulkaan van rancune’. Volgens Hermans, fileert Celine de illusies van mensen tot op het bot en toont dit aan de lezer met een genadeloze logica. Hermans benadrukt echter dat er tussen hem en de Franse meester een groot verschil is:

‘Ik ben pessimistischer dan Celine: hij gelooft in antisemitisme en fascisme, ik geloof helemaal nergens in.’

Over Celines politieke en maatschappelijke opvattingen is Hermans glashelder en hij veroordeelt meerdere malen publiekelijk diens politieke pamfletten en houding tijdens de oorlog. Hij bewondert Celine als literair genie, maar vindt hem een verwerpelijk persoon na 1938. Maar we mogen van zijn formidabele literaire verdiensten genieten. Vooruit dan maar…