Wipers en Greg Sage: culthelden van de punkrock

Greg Sage

Amsterdam, 1992, concert van Wipers in De Melkweg, hooguit 50 mensen aanwezig. Dat is treurig, omdat een band/man staat te spelen die een invloed heeft uitgeoefend op punk en grunge die weinigen kunnen evenaren. Hij is zelfs de ‘vader van de grunge’ genoemd, de muzikale stroming uit Seattle die zo bepalend was in de jaren negentig van de vorige eeuw. Het gaat niet om labels of vastpinnen op een genre, en zelf zegt Greg Sage dat het hem geen bal interesseert. Veel recensenten schrijven nu dat hun vier eerste albums tot de klassiekers in de annalen van de Amerikaanse punk behoren. Greg Sage is het hiermee van harte oneens. ”Ik was nooit een punker”, zegt hij. ”Wat mij trok in de punk, was de enorme kracht en intensiteit. Ik werkte in een filmtheater en dan werk je in stilte aan een project. Wanneer dan de film af was en je zag hem samen met het geluid…wow!, wat een sensatie, als je dat op een plaat kunt doen! Een dergelijke climax geeft kippenvel. En ik dacht alleen maar: hoe krijg ik een soortgelijk gevoel uit een gitaar, hoe bouw je een vergelijkbare intensiteit op zonder beeld. Vanaf dat moment wilde ik met een gitaar emoties oproepen die beelden zouden oproepen bij mensen in hun hoofd. Ik wilde dat de ‘groove’ en het ritme iets in het bewustzijn van mensen teweeg zou brengen.”

We kunnen stellen dat het hem aardig gelukt is…Kurt Cobain, John Mascis (Dinosaur Jr.), Sonic Youth, Burma Shave, om maar een paar namen te noemen, wijzen naar hem als een grote bron van inspiratie. Kurt Cobain neemt later zelfs het initiatief een compilatiealbum op te nemen als eerbetoon aan Greg Sage en Wipers. Aan dit album werken veertien bands mee, waaronder Nirvana, Thurston Moore (Sonic Youth) en ook een andere legendarische band in hun eigen genre, Napalm Death. Bands die allen groot zijn of worden.

Maar Wipers zelf spelen dus voor 50 man. Niet dat het mij stoort, zij openen die avond met de eerste vier songs van Follow Blind, op dat moment met afstand mijn favoriete Wipers-album. Het is ook wel lekker wanneer een band een beetje ‘van jezelf’ is. Bovendien heeft Greg Sage zelf voor het ‘muzikale kluizenaarschap’ gekozen. Hij wil onafhankelijk blijven en produceert al zijn muziek zelf. Alle grote platenmaatschappijen bieden hem een contract aan. Greg Sage vertelt daar zelf smakelijk over in sommige interviews. Hij vertelt hoe marketingspecialisten van de platenmaatschappijen hem willen ‘vermarkten’ als de underground-gitaarheld die boven komt drijven. Ze vragen hem meer te concentreren op zijn solo’s. Maar Greg Sage wil dit alles niet. Hij kiest ervoor in zijn studio muziek te produceren en te werken aan zijn muzikale projecten. Sage blijft halsstarrig weigeren zich aan te passen.

Het is een lovenswaardige houding in een wereld die zo gemanipuleerd wordt en waar bands en sounds letterlijk door producers vanachter de knoppen gecreëerd worden. Maar Sage had mijns inziens gewoon ‘groot’ moeten worden, als artiest had hij dat dubbel en dwars verdiend en het blijft popmuziek. Het is leuk om cultheld te zijn, maar nog veel mooier is als jouw muziek, of in ieder geval de ideeën achter de muziek, veel mensen bereiken. Zijn weerbarstigheid had ervoor gezorgd dat sommige karakteristieke en onderscheidende elementen van zijn schrijverschap en gitaarspel altijd herkenbaar waren gebleven.  Je zou bijna hopen dat hij in deze tijd was opgekomen. In onze digitale tijd en met alle sociale media had hij de touwtjes in handen kunnen houden en toch veel mensen kunnen bereiken.

Als gitarist is hij moeilijk te duiden. Natuurlijk, het is punkrock en geen technische gitaarmuziek. Maar Greg Sage is beslist geen slechte of ondermaatse speler. Je hoort in zijn spel Jimi Hendrix, klassieke muziek en ook jazzlicks. Zijn klankkleur en tuning zijn volstrekt uniek, mede omdat hij als geluidstechnicus zijn eigen instrument kan bouwen of aanpassen. Het zorgt voor een donker, onheilspellend geluid, maar tevens onmiskenbaar melancholiek en dromerig, zeker in zijn latere werk. Zijn distortion is galmend, vol en hard, maar laat melodielijnen helemaal tot zijn recht komen. Zelfs in punknummers slaagt Sage erin de sound verfijnder te laten klinken. Op Youth Of America duurt het gelijknamige nummer zelfs ruim tien minuten en breekt daarmee met alle wetten van de punk. Sage laat zich niet vastpinnen en verkent alle uithoeken. Zijn latere werk wordt veelal minder gewaardeerd en dat kan ik goed begrijpen. De dromerige melancholieke kant krijgt de overhand in zijn muziek en de songstructuren zijn minder avontuurlijk dan voorheen. Steeds meer zijn het conventionele rocksongs, met af en toe zelfs lange solo’s. Maar, en hier spreekt de fan, het blijft een majestueus geluid en doet mij nog altijd in vervoering raken. Hahaha, de meesten vinden het een brij van geluid, maar ik hoor ieder loopje, ieder akkoord in zijn spel. 

De muziek van Wipers laat zich het beste definiëren door hun eerste drie verbluffende albums: Is This Real?, Youth Of America en Over The Edge. De muziek is ijzingwekkend en kaal, maar klapt toch van spanning en vibratie uit elkaar. En af en toe verbaast Sage met verfijnde arrangementen en akkoorden uit de jazz en de klassieke muziek. Het gebeurt allemaal op deze drie inmiddels klassieke platen. Daarnaast stamt de muziek niet uit de machtige muzikale centra van Los Angeles, New York en in Europa, Londen. Dit laat hun sound vernieuwend en verfrissend klinken.

Ik durf niet eens met zekerheid te zeggen of Sage nu nog actief is in de muziek, maar af en toe duikt een interview met hem op waarin hij verklaart de muzikale erfenis van Wipers te bewaken en te werken aan nieuwe projecten. Ik weet niet of ik dit moet geloven…Wel is zeker dat hij een van Amerika’s grootste rockartiesten is die nooit kreeg wat hem ten volle toekwam.

 

 

 

 

My 7 essential 80s songs

On Facebook, I was recently asked to name my 7 essential 80s songs. I am now publishing all separate articles here in an overview

 

THE CHURCH – UNDER THE MILKY WAY

Quite a challenge indeed…choosing among your children who helped you to become the person you are now. My first choice (there is no order among my ‘seven’, that is really impossible) is ‘Under The Milky Way’ by the Australian ‘alternative’ rock band The Church. it was released, I think, at the beginning of 1988, and I was already a fan of this group.

‘Under The Milky Way’ is the only entrance The Church ever made into the US and European charts. Although quite popular in their native country, they stayed relatively unknown in Europe. Nowadays, they have a very loyal cult following. Although a hit single, the song embodies what I love about this group: crossing melodic guitar lines, creating a dark but vivid atmosphere. Steve Kilbey is not a born singer, but his low, ‘scrapped” baritone suits the tone of the music very well. His lyrics are as always somewhat vague, if not impenetrable. Sagas, myths, legends, biblical references play a huge role in his lyrics and add an epic layer to their already massive sound.
In later years, The Church moved away from a ‘new wave’ (I do not want to start a semantic discussion on terms and how to describe all the different categories) sound to a more progrock orientation. Obviously, as you will learn from my other choices, I prefer the new wave side of the band, but it is a testimony to their talent as musicians and composers that they were able to take new directions.
‘Under The Milky Way’ is taken from the album Starfish, one of favorite all-time albums. Often, a hit single conveys the wrong impression of what a band is really about, but ‘Under The Milky Way’ simply reigns supreme among a collection of excellent songs. It is indeed, as one said, ‘the most beautiful Australian song ever’.

KILLING JOKE – DARKNESS BEFORE DAWN

We continue with our journey through the 80s songbook. Killing Joke, today’s choice, is often associated with the shattered dreams and gloom some felt was the essence of the 80s. Loud agressive new wave guitars and bombastic tribal rhythms, often pushed forward by a punishing bassline. The manic stage performance and singing of frontman Jaz Coleman added to that feeling, he seemed to announce the end of times. He himself once fled to Iceland, waiting for armageddon to come...
It is just pop music, and I never liked the ‘overacting’ of Mr. Coleman and his use of political themes. For me, music and politics do not go together, at least not in the theatrical style of Coleman. But when he concentrates on his singing and uses his charisma to support the tight rhythm section of the band behind him, he is a very powerful and intriguing vocalist.
I love this band for one particular reason: Kevin ‘Geordie’Walker’s guitar playing. He is by no means a shredder or an even technically proficient guitarist, but his phrasing and use of dissonant power chords are simply unsurpassed. And then his tuning…That high-pitched ‘reverberating’ sound makes me shiver to the bone everytime. In all his simplicity, Geordie is an innovative and completely original guitar player. He might be underrated, but still hugely influential to a very wide range of bands and styles. You hear echoes of his playing in all currents of so-called indie rock and metal. 

I could have opted for ‘Love Like Blood’, despite its overexposure a brilliant song. But please listen to this tune, ‘Darkness Before Dawn’, a typical menacing rhythmic Killing Joke piece. Geordie’s fierce riffing and accents take it to an unprecedented intense level.

THE JESUS AND MARY CHAIN – HAPPY WHEN IT RAINS

In part three of our 80s tour I indulge myself in real nostalgia. Today’s band, The Jesus And Mary Chain, was for a few years the band of my teenage life. Their debut album, Psychocandy, with ‘surf’ pop melodies hidden behind a wall of noise, has somehow become a landmark record. It was unanimously well received by the British music press, quite an achievement for a band that, in all honesty, could not play.

William Reid, one of the Reid brothers who formed the group, stated that ‘when you can barely play, you use the guitar in often more interesting things than the ones who can actually play it. The crap we heard on the radio, made us decide to form a band and for instance Einstürzende Neubauten showed us how to create sound. The idea of being in a band was more important than actually playing.”

I seriously doubt whether an ‘intellectual’ group like Einstürzende Neubauten came to mind of a band which signed its record deal in a McDonald’s restaurant, as the Reid brothers later claimed. Whatever their motivation, Psychocandy did sett off new trends like shoegazing and noise and in that sense they significantly contributed to pop music history. And they never really learned to play anyway!

But JAMC was a holy group to me and some of my finest teenage memories are linked to their songs. Darklands was their second album and it was a very conventional record: the noise was gone and what remained, were Beach Boys influenced pop songs with distorted guitars. I guess, to my searching teenage mind, they were the perfect thing to happen: it was loud and melodic and their dark blurred videos suggested that they were really different. So, nothing wrong with it.

Nowadays, I could not tell you where the Reid brothers are. Do they still exist at all? Probably their lack of instrumental prowess finally caught up with them and ended their career. On the other hand, they might have made a whole string of brilliant records, it is possible, they were very talented songwriters.

What is important here, whenever I hear ‘Happy When It Rains’ or ‘Under The April Skies’, it puts a big smile on my face and I feel very happy. And that is what music is all about: emotions and sweet memories. Happy When It Rains’ is my third choice, I just slightly prefer it over ‘Under The April Skies’.

THE CURE – THE DROWNING MAN

In part four of the 80s songbook we turn to a group which put a lot of us on to new wave and alternative music. And I am no exception. At that time they seemed to me as they were coming from another planet, especially at high school parties, where you had to explain again and again who they were. I did not grow up in a school environment where new wave and indie rock (it had another name then) were particular popular. I remember listening to a radio broadcast in which celebrities were asked to play a list of their favorite songs.
In this broadcast, Marcel van Dam, of all people, played a song by the Cure. He explained to the listener that this group was the favorite band of his son. That song was, naturally, ‘A Forest’. It sounds so weird when you are listening to Level 42, UB 40, Duran Duran (had their moments though…) and Spandau Ballet, to name a few….
Who would thought that Marcel van Dam would introduce me to a new world of music…I became a big fan of the Cure. Three records in particular were my favorites: Seventeen Seconds, Faith and Pornography, the ‘holy trinity’ for most fans I would say. And all three I still love until this day. There were long intervals in which I did not listen to them at all, but The Cure is a ‘home’ to which you always return and where you always find comfort.
Robert Smith is without a doubt one of the greatest songwriters in British pop history and his vocals are unique. He is not a brilliant guitar player, but he has produced some of the finest and most memorable guitar lines ever. You immediately recognize the ‘fluid’ chord progression of his playing. Besides, I believe he plays at least 4 different instruments, the man is a huge musical talent. I do not like the later overemphasis on synthesizers and the songs getting longer and ”epic”. In more recent years, they have made a number of decent albums again.

It is hard to pick one song from their large discography, but my choice today is ‘The Drowning Man’. It is a Robert Smith composition par excellence. Around a small musical invention or idea, in this case the rhythm, he builds up a brilliant pop song with a intriguing and wonderful melodic guitar line. It is a slow but very intense song in which his vocal style comes to full blossom. A giant of a song! Just one of the many outstanding tunes he has written.

METALLICA – DAMAGE INC

In part five of our 80s tour it is time to turn to the ‘stronger stuff’ (some would say: childish or even ridiculous stuff). As I recall, at first glance there was very little in my teenage consciousness to indicate that I would ever become a fan of metal music. But unconsciously the seeds were sown at my parent’s home.
Love for guitar music and instrumental virtuosity, and metal often combines the two, was instilled in me by my dad: he listens to jazz guitarists like Wes Montgomery, Joe Pass and Barney Kessel. Although I found it often boring, later on I realized that these brilliant and technically very accomplished guitar players were real pioneers who revolutionized the world of music with their use of electric guitars. Naturally, their playing is a far cry from the riff-based and speed-driven style of thrash metal, but the idea of electric guitars playing a pivotal role in arrangements and composition was introduced to me through the music collection of my dad.
I say ‘metal’ as if I know anything about that genre, but nothing could be further from the truth. Metal is a very big music family and there are as many currents as there are bands in this line of music. My love for metal is limited to what has become known as ‘thrash metal’. It combines what I seek in metal: speed and riffs. I never got into Iron Maiden or Judas Priest or other ‘heavy metal’ bands of that time. Now I know how important and even crucial these two bands were to many of the thrash bands I listen to.
My teenage mind was hooked to the gloom and dark atmosphere of new wave, but the search for more extreme things continued. And metal looked to me as forbidden fruit. Moreover, thrash metal happened in the 80s and I am a child of that time. It simply had to cross my path…
Metallica I heard the first time, I think, in a television broadcast. The journalist had an item in which he explained ‘that the youth of America is currently obsessed with ”extreme metal”’. And footage of Metallica playing, supported his item. I had never heard anything like it before and started listening to it right away. As a student I came across people who were listening to this kind of music and that helped me as well to be ‘seduced’ by metal.
The story about Metallica has been told many times and they are truly one of the greatest and most innovative bands of all time. As I had very little knowledge of the origins and forefathers of metal, I was really convinced they played a new kind of music. Love this ignorant state of mind as teenager when all new experiences have such a huge impact on you!
The first three records of Metallica are classics and I love them with all my heart. I did not like the direction they took with The Black Album, but that tells you more about my selfish mind. It is to their eternal credit that they were able to break out such a conservative and in many ways intolerant (towards other music) genre as metal. Of course, the money was good too…

As said, speed and riffs is what I want and among all the classic songs Metallica has written, for me a prime example of that is ‘Damage, Inc’. Nobody can beat a Hetfield/Ulrich arrangement and the main riff, in both the fast and slow version, fills my heart with joy. The genius riff writing of Hetfield shines here like never before. And he downpicks his way through it with the same excellence. That galloping riff explains why I love metal. Death and destruction are everywhere, but this song makes me very happy.

My stories get longer all the time, sorry!

SLAYER – SPILL THE BLOOD

In part six of the 80s song challenge I am confessing to my ‘greatest sin’, when it comes to music.

There are a few essentials in life. One of them is Slayer.

Yesterday I described how my love for metal came into being. I am a man and men like to compare and make up lists with their favorite items. And now I will be comparing two of the biggest metal bands of the 80s. 
Metallica was the band that made me love in with this line of music. And when I quietly and rationally think about it, I know that Metallica is a better band than Slayer. They are true innovators, probably also better musicians and composers, with the sole exception of Lars Ulrich vs Dave Lombardo. But then again, Lars Ulrich played a huge role in arranging and writing the classic Metallica tunes we all love and admire.
But music is emotion and when asked which band do you prefer, I will answer you with all my heart: Slayer! Or, as is custom to shout when they play or even when other bands are playing: Slayerrrrrrrr!!! I simply love them. Deep down it satisfies dark and secret wishes inside of me, On my blog I have written on that subject as well, in my piece about Jeff Hanneman. The shy and reserved man wrote some of the sickest and most evil riffs in metal ever.
You can easily ridicule Slayer for their style, attitude and disgustingly ugly record sleeves. Yes, their ‘atonal’ solos stink and their lyrics, especially in the old days, are really over the top. But when it comes to heavy music, they are the bar. They are the seminal metal band. 

Slayer’s masterpiece is Reign In Blood, 28 minutes of glorious insanity. It is probably the most intense half hour of music ever dedicated to vinyl. Mutilation, sexual aberrations, Nazi death camp killers, you name it, it is very graphically described on this record. But you feel more love of life in you than ever after listening to it. The adrenalin keeps on pumping through your veins.

But my favorite Slayer album is South Of Heaven. They slowed down a bit, Dave Lombardo got more room to excel and Tom Araya’s handling of the lyrics led to a more realistic approach. And Mr. Hanneman cranks out some of the heaviest and ingenious riffs ever. He was in control of the artistic process on this record and his immense writing talents make it another masterpiece, in my humble opinion.
From this record I have chosen ‘Spill The Blood’. it is a slow piece and Slayer is known for its speed, but it is my favorite Slayer tune. Somehow Hanneman captures the essence of heavy music in that riff. I love the bone crushing tritone in it! As long as I am able to listen to music, some of Jeff Hanneman’s riffs will stay with me forever.

NEW ORDER – LEAVE ME ALONE

In my final part of the 80s songbook tour I will write about the band which has really been an important part of my life. I am talking about New Order, the pop group with the dark past. They appeared as a seemingly unhappy and for failure destined rebirth after the tragic suicide of Ian Curtis. His death ended the short but legendary story of Joydivision. Bernard ‘Barney’ Sumner, guitarist of Joydivision, reluctantly stepped in and took over as vocalist. He was facing a giant if not insurmountable challenge.

New Order’s first album, Movement, shows the dilemma: desperately they try to create the same sinister and alienating doom of Joydivision and Sumner tries frantically to write the same kind of introspective lyrics Ian Curtis wrote. They fail on both accounts, but the album does have strong and original parts.
Remarkable is the orchestration between synthesizers and other ”traditional” instruments. With Joydivison, effects, created by their legendary producer Martin Hannett, were used for creating shock and filling up the scarce instrumentation. Now the synthesizers and sound effects are actually part of the arrangements and melodies. Sumner’s singing is weak and unsure, but his musical ideas are glimpsing through already.

With their second album, Power, Corruption and Lies, New Order found its own and definitive style. This record is one of my all-time favorites. Sumner sings with great confidence and the doom and gloom of Joydivision have disappeared. The interplay between synthesizers and other instruments is seamless. And ‘Hooky’s’ monumental, melodic and distinctively rhythmic high baselines cut through you like a knife. What a shame the man left the band, that was a big blow for me as a fan. But Sumner is the heart and soul of them, he created the framework in which Hooky could excel.

These are the words of a fan of course, but it explains why New Order is still around. Sequencing and other techniques have been revolutionized and much synth pop has for that reason disappeared, but the style New Order arranged and developed will never become outdated.

Sumner is neither a great vocalist nor an accomplished guitar player. Yet he has given us classic guitar lines in both Joydivision and New Order. In the words of Johnny Marr: Bernard is a simple player, but it takes me hours to figure out what he does, since his ideas are unique and for that reason difficult to understand.’

Bernard Sumner does not even have an ounce of the charisma of his mythical predecessor. And he is certainly not a magician with words like Ian Curtis. But the music and lyrics he writes are from empty or superficial. The music of New Order is often dance-oriented, but conveys a deep melancholic and authentic emotion. Especially on PCL, beneath the happy and danceable melodies, there is a rich undercurrent of tension and anguish. His lyrics seem straightforward, but confuse the listener and are ambiguous. ‘Blue Monday’ is certainly not the only example of that. Even great hits like ‘The Perfect Kiss’ and True Faith’ are not your happy danceable pop songs. They deal with serious and dark issues.

Initially overshadowed by a legend, New Order now themselves have gained that status. Bernard Sumner was and is part of two seminal innovative bands, how many artists can say that? Groundbreaking singles like ‘Everything’s Gone Green’, ‘Temptation’, ‘Confusion’ and of course ‘Blue Monday’ have changed the course of British pop music and have been exerting lasting influence since then. Not charismatic and flamboyant, but a true innovator and outstanding composer he certainly is. Like his legendary predecessor he belongs to the truly greats of British pop music.

My last song for our challenge is ‘Leave Me Alone’. I should not have chosen this song, since it is quite a ‘conventional’ song: base, drums, guitars and no synthesizers, so not a ‘signature’New Order song. But it proves that New Order is neither a synth nor a rock group; artistic borders do not exist in their music. It is just a beautiful song with meaningful lyrics and I am deeply moved by it each and every time I listen to it.

 

 

 

Jeff Hanneman: verlegen man, dodelijke riffs

jh4

Bij het luisteren naar Repentless, Slayers laatste album uit 2015, wordt het mij droevig te moede. Zoals eerder aangehaald op dit blog, ben ik loyaal aan mijn helden en zo worstel ik mij ook door Repentless. Maar Kerry Kings platte recht-toe-recht-aan riffs kunnen mij niet bekoren. Natuurlijk, Slayer is een te goede band en ligt mij zeer aan het hart, en zo heeft het album een aantal sterke nummers: Vices, waarbij Araya’s zang ouderwets scherp klinkt, hij zingt weer sterk op deze plaat; You Against You bevat een typische Slayer-riff die bestaat uit power chords en vervolgens in een mooie riff eindigt met een zorgvuldig uitgewerkt motief erin. En de tritones raken het hart…Chasing Death heeft ook een riff die meeslepend is en uitmondt in een rollend vloeiend tussenstuk. Op het gehele album valt op dat Araya geïnspireerd zingt; tegen die machtige schreeuw is wederom geen kruid tegen gewassen.

Maar bij een nummer begint mijn bloed echt snel te stromen: Piano Wire…Slayer staat bekend als de band van de snelheid, maar dit mid-tempo stuk doet de liefde voor deze band weer opbloeien. Het is het laatste nummer dat geschreven is door Jeff Hanneman, al heeft de band verklaard dat het nummer verschillende keren bewerkt is. Het is echter in de kern een Jeff Hanneman-nummer ten voeten uit. Je herkent onmiddellijk de stijl van hun in mijn ogen beste album, South of Heaven. Een mid-tempo nummer met een licht galopperende maar meeslepende riff. Tom Araya zet zijn beste beentje voor en zingt dit nummer vol overgave. Alsof hij zijn gevallen kameraad extra wil eren. Hanneman schrijft vaak nummers die niet snel zijn, maar dezelfde intensiteit behouden, terwijl na verschillende luisterbeurten het nummer steeds meer gaat bevallen. Ten opzichte van Kerry Kings schrijfstijl valt de inventiviteit op en meer aandacht voor tempowisselingen.

Mijn liefde voor Slayer valt samen met mijn waardering voor Jeff Hanneman en zijn manier van schrijven. Hij was, helaas, het artistiek brein achter de band en heeft vrijwel alle klassiekers van de band achter zijn naam staan. In mei 2013 overlijdt Jeff Hanneman, naar het zich aanvankelijk laat aanzien door een spinnenbeet, maar al snel wordt duidelijk dat langdurig alcoholmisbruik de ware doodsoorzaak is. Hij wordt amper 49 jaar. In dit genre en in deze ‘business’ is dat geen ongebruikelijk fenomeen, maar Lemmy van Motorhead, de ultieme belichaming van de ‘rock-and-roll-levensstijl’, haalde de in ieder geval nog de 70.

Met zijn dood verliest metal een van zijn invloedrijkste gitaristen. Een man die een groot aantal klassieke metalsongs achter zijn naam heeft staan en met zijn duivelse riffs de sound van Slayer voor een groot deel bepaald heeft.hanneman-6

Waarom hou ik eigenlijk van metal? Niets in mijn persoonlijke achtergrond verklaart dit, ik heb mij die vraag vaak gesteld. Het staat zo ver van mijn andere muzikale voorkeuren. Is het dan toch wat Tom Araya zingt in Temptation, op het album Seasons in The Abyss, ‘did you ever wonder why it is the evil you are attracted too?’, of wanneer hij schreeuwt in Ghost Of War: ‘I deal in pain, whole life I drain, I dominate, I seal your faith!’ Vaak wordt gezegd dat metal kracht geeft, het geeft een machtig gevoel. Ik moet bekennen wanneer ik Araya hoor brullen, de neiging krijg zelf op het podium te klimmen en mee te brullen. Bij andere artiesten, zoals Morrissey, luister je ernaar omdat je buiten de groep wil blijven, een onbestemd verlangen anders te zijn. Dat is natuurlijk absurd, omdat dergelijke artiesten door miljoenen mensen beluisterd worden. Maar bij metal wil je juist tot de groep behoren vanwege de macht en de samenhang die het verschaft. Metal is een leger dat optrekt tegen de rest van de wereld.

Nu is het zo dat ik niet zozeer van metal hou als compleet genre, maar meer van een stroming binnen de metal. Binnen dit genre zijn er net zo veel stromingen als bands. Mijn voorkeur gaat uit naar new wave (hoe ’t dan ook heet, die discussie wil ik niet aan) en ‘indie’, maar thrash metal, de muziek die Slayer speelt, behoort met zekerheid tot mijn favoriete muziek. Nu zou ik mijzelf niet willen omschrijven als een kenner van thrash metal; ook binnen deze stroming ken ik maar een paar bands en dan alleen nog maar de bekendste. Thrash wordt populair in de jaren tachtig van de vorige eeuw en ik ben een kind van dat tijdperk.

Metalfans leven voor hun muziek. Het is een echte levensstijl. Metalartiest, schrijver en filmregissseur Rob Zombie zegt in de documentaire van Sam Dunn, Metal: A Headbangers Journey, er het volgende over: ‘Houden van metal is geen modegrill. Ik ken niemand die zegt, die zomer zat ik echt in Slayer, dat vond ik toen leuk. Nee, maar ik ken wel mensen die de naam ‘Slayer’ in hun arm laten kerven met een scheermes.’ Ik zie Lady Ga Ga of Justin Bieber-fans dit toch niet echt doen. Niet dat ik wil dat ze het doen, maar toch…Ik bewonder de toewijding van metalfans en hun ware liefde voor de muziek.

In de jaren tachtig draaide metal voornamelijk om snelheid en riffs. Voortbordurend op de muziek van Iron Maiden, Judas Priest, Diamond Head, Mercyful Fate en de aartsvaderen van de metal, Black Sabbath, komt Metallica met een stijl die sneller en harder is. In hun kielzog volgen Slayer, Anthrax, Megadeth, Exodus en Testament. Slayer vermengt echter meer dan de anderen de Britse Heavy Metal-sound met invloeden uit de snelle agressieve punk van bands als Dead Kennedys, Black Flag, Crash,  en slaat de brug tussen punk en metal. Het is tevens een reactie op de ‘hair metal’ die op dat moment populair is.

Maar wat is nu eigenlijk een riff? Ik heb geen enkele theoretische kennis van muziek, maar doe toch een schamele poging iets uit te leggen, omdat de riff zo centraal staat in deze muziek. De riff is de ruggengraat van een metalsong. De riff bestaat meestal uit een aantal powerchords: dit is een akkoord dat bestaat uit een grondnoot met daarbij de vijfde noot gevoegd (een E powerchord of E5 bestaat dus uit E, mi en B, si). Dit akkoord geeft een compact en hard geluid. Een prominente noot in metal is de zogenaamde ‘tritonus’, ook wel bekend als een verminderde kwintet. Het is een noot die zorgt voor een dissonant geluid en duister effect; het roept een zekere spanning op. In de Middeleeuwen verbiedt de katholieke Kerk het gebruik van deze noot in de muziek, omdat het een ‘duivelsnoot’ zou zijn: diabolus in musica. Deze laatste benaming is ‘toevallig’ de naam van een Slayer-album…De tritonus hoort men heel vaak in de riffs van Slayer.god-listens-to-slayer

Metal is omstreden vanwege de thematiek die beschreven wordt: het is vaak bloederig en daarbij heel beeldend en shockerend. Met name in de extremere stromingen, waartoe thrash behoort, overschrijdt men geregeld de grenzen van wat de goede smaak betaamt. Metal heeft een duidelijke voorkeur voor duistere, vreemde en gewelddadige realiteiten. Aan de andere kant druipt de ironie er vaak van af en zijn metalfans mensen die het leven meer vieren dan anderen. Metalsongs staan bol van teksten over de dood en de gruwelijke gedaanten die hij kan aannemen. Men omarmt het leven door de dood te benadrukken. Metal verleent een identiteit en een groepscohesie die bescherming geeft en zijn leden vervult van macht en aanzien. Getuigen metalteksten van immoraliteit, binnen de metalgemeenschap is vaak sprake van strikt gehanteerde morele codes. De gemeenschap is hecht en gevat in een rigide waardensysteem.

Zo ook Slayers bekendste song, Angel Of Death, over Nazi-kamparts Josef Mengele. Veel is al over dit liedje gezegd en ik ga niet proberen ‘een nieuwe invalshoek’ te bedenken. Jeff Hanneman koppelt eenvoudigweg het kwaadaardigste thema denkbaar aan de kwaadaardigste riff ooit: vorm en inhoud in perfecte samenhang. Als we dan toch naar het kwaad moeten luisteren, dan maar op deze manier. Hanneman is een man met een bijna obsessieve fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en veel van zijn teksten gaan hierover. Het feit dat hij op zijn gitaar SS-symbolen gebruikt en zijn achternaam van Duitse origine is, wakkeren de vermoedens aan dat hij nazistische sympathieën zou hebben. Hij is bovendien een verwoed verzamelaar van Duitse oorlogsonderscheidingen, net zoals trouwens Lemmy van Motorhead. En werkelijk niemand zal laatstgenoemde een nazi noemen.

Dat is het privilege van de artiest of van het spelen in een band: men kan zijn of haar obsessies botvieren. Maar dit is niet uniek voor metal. De New Yorkse new wave band Interpol speelt in bruinhemden met een rode band om de arm: dit doet denken aan de SA. Siouxsie and the Banshees roepen bij een concert: ‘too many Jews for my liking.’ Billy Duffy, gitarist van The Cult, heeft een Duits ijzeren kruis om zijn nek hangen. Er zijn talloze voorbeelden hiervan te bedenken. Bij deze genres wordt dat louter gezien als provocaties of zelfs slechts als rekwisieten, bij metal is de buitenwereld geneigd, door de extreme en voor sommigen bedreigende aard van de muziek, de woorden en getoonde attributen letterlijk te interpreteren. Het koketteren met het kwaad is geen uitzonderlijke eigenschap van metal. Metal verzint fictieve antwoorden op reële situaties en verkent de duistere kanten.

Jeff Hanneman zegt zelf hierover: ‘Er is gewoon iets van binnen bij me – deze kwaadaardige atmosfeer die je overvalt wanneer je ons type muziek schrijft. Ik hou van het gevoel dat het geeft, een stemming die ervoor zorgt dat je in staat bent tot ‘duivelse’ daden. Maar het is shockerend en niet gericht op reële zaken. Als we zouden leven zoals we het beschrijven in onze songs, zouden we al lang of dood zijn of opgesloten zitten.’

reign-in-bloodHet is niet eenvoudig materiaal of interviews te vinden met Jeff Hanneman. Hij houdt niet van beroemd zijn en mijdt de openbaarheid. De andere gitarist in Slayer, Kerry King, is het gezicht van de band en ziet men overal. Ook op You Tube of bij gitaarclinics, waar hij veelal op verzoek van het publiek de riffs van Slayer laat zien. Meestal zijn dat riffs, bedacht door Jeff Hanneman…Vaak denkt men dat King de snelle nummers schrijft en Hanneman de mid-tempo-stukken, maar niets is minder waar. Reign In Blood, het klassieke album van Slayer waar de heren in nauwelijks 28 minuten door tien nummers heen jakkeren, is grotendeels het werk van Hanneman. 28 minuten die muziekgeschiedenis schrijven en de metal voor altijd veranderd hebben.

Na zijn dood bevestigen veel mensen uit de metalwereld het beeld van Jeff Hanneman: een gereserveerde man die alleen bij echte vrienden en bekenden iets loslaat over zichzelf. Maar allen benadrukken dat hij een aardig persoon is zonder sterallures. Scott Ian van Anthrax zegt: het is moeilijk te geloven dat zo’n aardige vent de kwaardaardigste riffs ooit heeft geschreven. James Hetfield van Metallica zegt: ‘Jeff was een goeie jongen, ietwat afstandelijk. Maar ik zou zeggen dat de verlegen jongen een paar hele mooie riffs heeft bedacht. Dat inspireert mij, als ik bij mijzelf zit na te denken en probeer riffs te schrijven.’ Bassist van Metallica, Robert Trujillo, voegt daaraan toe: ‘Jeff besloot gewoon op de achtergrond te blijven en een aantal van de beste riffs ooit te schrijven.’

Want Jeff Hanneman mag dan een teruggetrokken, wat verlegen man zijn, hij is het artistieke hart van de band. Natuurlijk komt bij dat schrijven de communicatie over en weer en het delen van ideeën met Kerry King om de hoek kijken en zijn veel van de Slayer-klassiekers niet louter alleen zijn werk. Maar de legendarische status die Slayer heeft, is vooral de verdienste van Jeff Hanneman.

Jeff Hanneman wordt vaak weggezet als een matige slordige gitarist die geen flauw benul heeft van wat hij doet, en zeker zijn solo’s worden afgedaan als een ‘curieuze verzameling van bij elkaar geharkte noten’. Metal is nog altijd vooral een mannenwereld en in de mannelijke psyche zijn virtuositeit en vakmanschap zeer belangrijk. Talloos zijn de gitaarforums waar men met ranglijstjes komt aanzetten over wie nou eigenlijk de beste gitarist is. En als gitarist moet je dan vooral niet zeggen dat je beïnvloed bent door het duo Hanneman/King.
Zelf zegt hij daarover: ‘Toen ik begon met gitaarspelen, probeerde ik mensen als Satriani en Malmsteen na te spelen en door hun invloed groeide ik enorm als gitarist. Maar op een gegeven moment snapte ik dat ik niet hun talent had. Maar nog belangrijker, het kon me niet meer schelen en ik concentreerde me voortaan op mijn eigen spel en ideeën.’

Het is ontwapend om een van metals grootste gitaristen te horen zeggen dat hij niet getalenteerd is. Zelfs Alex Skolnick, virtuoos gitarist van onder andere Testament, en iemand die zich in het verleden meerdere malen laatdunkend heeft uitgelaten over het gitaarspel bij Slayer, zegt na de dood van Hanneman: ‘Het beeld dat Jeff van zichzelf had als matig getalenteerd gitarist, klopt natuurlijk niet. Hij was immens getalenteerd. Zijn solo’s waren een uitdrukking van zijn artistieke denkbeelden en hij was heel consistent in het uitdragen van zijn ideeën. En heeft een aantal monumentale tijdloze riffs geschreven die metal voorgoed veranderd hebben. Weinig gitaristen hebben zo veel invloed uitgeoefend op metal als Jeff Hanneman.’ Gary Holt van Exodus, en Jeffs plaatsvervanger in Slayer zegt: ‘Jeffs manier van spelen is volstrekt uniek, het komt niet uit het boekje. Van de riffs tot de solos, het is helemaal zijn eigen stijl. Ik heb gitaar leren spelen via schalen en theorie, hij heeft alles zelf bedacht.’

En zo is het…De krankzinnig snelle opening van Angel Of Death, opgevolgd door die onsterfelijke mid-tempo riff, de bijna zuivere tweestemmigheid van de openingsriff van At Dawn They Sleep, de naargeestigheid die hij creëert in Dead Skin Mask door net een snaar weg te drukken, de brute kracht en inventiviteit tegelijk in War Ensemble, de hardste opener van een metalplaat na Angel Of Death, de doem van You Spill The Blood, mijn persoonlijke favoriete Slayer-riff, waar hij met een aantal powerakkoorden de weg plaveit voor een alles vergruizende riff, de pracht en praal van Seasons In The Abyss, Slayers idee van een ballad, de duistere melodieën in Bloodline en Playing With Dolls, de monstrueuze snelheid en maniakale riff van Psychopathy Red… En, natuurlijk, die andere ultieme Slayer-klassieker, Raining Blood, de magische openingsriff van dat nummer is het DNA van metal. Iedere andere metalgitarist moet het hoofd nederig buigen voor dat monument.

Allemaal riffs en songs uniek in hun soort, geschreven door een man die als geen ander de wereld in brand kon zetten.

slayer-1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bernard Sumner; vernieuwend en diepgravend met New Order

bernard-sumner-new-order-1987 ‘On a thousand islands in the sea
I see a thousand people just like me
A hundred unions in the snow
I watch them walking, falling in a row
We live always underground
It’s going to be so quiet in here tonight
A thousand islands in the sea
It’s a shame’

Het eerste refrein van Leave Me Alone van New Order op hun album Power, Corruption and Lies. Toegegeven, het is niet een introspectieve tekst zoals Ian Curtis ze schreef, maar toch een tekst die voor velerlei uitleg vatbaar is. Bernard Sumner, de zanger/gitarist en voornaamste componist van New Order, de popgroep met het duistere verleden, heeft een reputatie een ‘Johnny-middle-of-the-road-schrijver’ te zijn die niet verder komt dan onbeholpen schilderingen uit het alledaagse leven. In zijn eigen woorden: ‘Ik heb geprobeerd teksten te schrijven zoals Ian (Curtis), maar ik kan er helemaal niets van.’ Ik ben niet in staat op een dergelijk diep niveau emoties en gevoelens te beschrijven. Na Movement (eerste album New Order) heb ik besloten echt mijn eigen stijl te ontwikkelen.’

Maar ik waag dat te betwijfelen. Nu ben ik een groot New Order-fan en ik heb de neiging zeer loyaal te zijn aan mijn helden, toch heeft Bernard Sumner naar mijn mening een aantal teksten geschreven waarbij sprake is van introspectie en vaak duistere thema’s. Zo klinkt True Faith als een doorsnee popsong over iemand die gelooft in nieuwe kansen, maar het is een song over drugsgebruik en verslaving. The Perfect Kiss lijkt een niemendalletje over een verloren liefde, maar eindigt met een bijna macabere ‘dans’ rond de dood. Daarnaast zijn er erotische referenties en wordt een vorm van hedonisme beschreven. Velen denken hierin een verwijzing naar de dood van Ian Curtis te zien, maar dat is onvermijdelijk bij New Order: fans zullen altijd blijven zoeken naar dergelijke verwijzingen. Blue Monday, de grootste klassieker van New Order, is eveneens op talloze wijzen geïnterpreteerd: zo zou het over drugsgebruik gaan, maar sommigen opperen dat seksueel geweld tegen kinderen weleens het thema zou kunnen zijn. De band zelf zegt dat de tekst van Blue Monday geen werkelijke betekenis heeft omdat het geschreven zou zijn onder de invloed van LSD en het meer losse associaties betreft.

Curtis’ woorden zijn poëtischer en rijker aan metaforen, maar Sumner kan wel degelijk een ontroerende en bijtende tekst schrijven. Bizarre Love Triangle is daar een goed voorbeeld van: opnieuw lijkt het te gaan om iemand die niet kan kiezen in de liefde en het wordt verwoord op een wijze die aan een tiener doet denken. Maar Sumner lijkt te willen zeggen dat emoties uit eerste hand een grotere passie of dieper verdriet verbergen. De dubbelzinnigheid keert opnieuw terug en radeloosheid overheerst. Sommigen denken zelfs dat de persoon in de tekst in de knoop is met zijn seksualiteit. Opnieuw geen ‘normaal’ liefdesliedje.

New Order-songs, ook de ‘dansbare’ nummers, en daarvan hebben ze er vele gemaakt, hebben altijd een dubbelzinnige betekenis. De muziek klinkt en is vrolijk, maar altijd is er de melancholische ondertoon met verwijzingen naar vervreemding en onbegrip tussen mensen. Dwang en antipathie zijn terugkerende thema’s in het werk van Sumner. Op het gebied van de teksten is er minder stijlbreuk tussen Joy Division en New Order dan altijd geopperd wordt. Vaak gaat men voorbij aan het feit dat Sumner artistiek grote bijdrage heeft geleverd aan de beklemmende sfeer van een aantal songs van Joy Division door een synthesizer te bouwen die verantwoordelijk is voor de vervreemdende geluidseffecten. Zijn inventiviteit speelde al voor New Order een grote rol binnen Joy Division.

Bij het legendarische platenlabel van Joy Division and New Order, Factory, van de evenzeer legendarische Tony Wilson, zien we meer van Bernard Sumners artistieke en esthetische gaven: dit label is mede beroemd om zijn albumhoezen en Tony Wilson gunt zijn artiesten grote vrijheid hoezen zelf te ontwikkelen. ‘De katholieke Kerk biedt haar gelovigen toch ook geen wijn aan in muf aardewerk?’, aldus Wilson. ‘Onze opdracht is een heilige en we willen mooie muziek en verpakking aanbieden’.

New Order staat, wat men er verder ook van denkt, in ieder geval tot 1992, het jaar dat Factory omvalt, bekend om zijn baanbrekende, strak vormgegeven albumhoezen. De verzamelaar Substance uit 1987 is dan ook uiterlijk gezien een klassieker. Het is niet zo dat Sumner alle hoezen zelf ontwerpt, maar het getuigt er wel van dat hij een duidelijke artistieke visie heeft, ook op zaken naast de muziek. New Order is een commercieel succesvolle band met veel hits, maar heeft dat succes in grote mate afgedwongen met eigenzinnige keuzes die creativiteit en diversiteit stellen boven een puur commerciële benadering. De band behoudt altijd zijn identiteit.

Maar vanzelfsprekend liggen Sumners grote verdiensten op het gebied van de muziek. Hij is een van de belangrijkste en invloedrijkste figuren uit de Britse popmuziek. Hij schrijft baanbrekende singles als Everything’s gone green, Temptation, Blue Monday, Thieves Like Us, die de Britse popmuziek (en wereldwijd) tot op de dag van vandaag beïnvloed hebben door de typische mix van rock en elektronica. En dat terwijl hij in de voetsporen moet treden van een man waarvan de reputatie tot werkelijk mythische proporties is opgeblazen en die voor heilig verklaard is.

En hij doet dat onwillig, begrijpelijk als men moet opboksen tegen een icoon als Ian Curtis. New Order hikt tegen een loodzware erfenis aan, zo lijkt het althans. Drie jonge mensen geconfronteerd met de zelfmoord van hun legendarische frontman, hoe kan dat nu een succes worden? Op dat moment hebben ze amper twee platen gemaakt en weinig ervaring met de muziekindustrie. Als de muzikale lijn van Joy Division wordt doorgetrokken, dan zullen ze beschuldigd worden van voortborduren op Ian Curtis’ lauweren en gebrek aan creativiteit. Bij het inslaan van een andere muzikale richting lopen ze het risico belachelijk gemaakt te worden.

new_order__movement1Op het eerste album van New Order, Movement, is dat conflict goed voelbaar. De onheilszwangere doem van Joy Division hangt als het zwaard van Damocles boven de band. Het klinkt op het eerste oog als het ‘derde album’ van Joy Division. De typische bogen in de synthesizers en het gitaarspel zijn er nog, mede omdat producer Martin Hannett nog aan de knoppen zit. Hij creëerde het ‘onwereldse’ ijle en onheilspellende geluid van Joy Division dat wrang en afstandelijk klinkt. Dichtvallende deuren, brekend glas, zo klinkt het, en de echo en galm, allemaal elementen die Hannett gebruikt om de spaarzame instrumentatie van Joy Division op te vullen. En die elementen zijn nog rijkelijk aanwezig op Movement.

Maar er zijn ook opmerkelijke verschillen: het experimenteren met technologie, nog in de kinderschoenen toen, en het gebruik van synthesizers. Zij dienen nu meer om de melodie en richting van een nummer te bepalen, dan louter voor een tegendraads effect te zorgen. Er is sprake van meer afzonderlijke ritmes en de songs kennen meer tempowisselingen. Bovendien lijken ze ‘vloeiender’ en de gitaarpartijen zijn voller geproduceerd.

Sumner heeft grote moeite als zanger zijn stempel te drukken op de plaat en is duidelijk zoekende. Het ontbreekt hem aan vertrouwen en hij doet krampachtig een poging Curtis te imiteren, zowel in de zang als in de teksten. Toch heeft Movement een aantal sterke momenten, omdat Sumners schrijverstalent allengs begint door te sijpelen. Hij heeft meer oog voor de structuur van een nummer en begint Hannetts ‘tovenarij’ met techniek en geluiden steeds beter te begrijpen. Als de introductie van een nieuwe band is het album een mislukking, maar het levert een aantal sterke nummer op die de kiemen in zich dragen van een nieuw eigen geluid.

New-Order-PCL1Met Power, Corruption and Lies vindt New Order zijn eigen stijl en ontstaat die onmiskenbare onweerstaanbare combinatie van rock en elektronica. Het is het album dat mij ‘bekeerde’ en tot op heden een van mijn favoriete platen. Ik herinner mij dat ik lang moest wennen aan de opbouw van de nummers. Die is onorthodox en vergt geduld. Het is ook bijzonder naar een band te luisteren waar de bas de boventoon voert en de gitaar verdringt als leidend instrument. Age Of Consent, het openingsnummer van het album, is eigenlijk een baspartij waarbij de synthesizers en gitaar volgen.

Geen band, hier spreekt de fan, slaagt erin een traditioneel instrument zo te combineren met elektronisch geluid. Het samenspel tussen bas en synthesizers is naadloos en verklaart voor een groot gedeelte de blijvende invloed van New Order. Ondanks dat de techniek voortdurend voorschrijdt en sommige van hun nummers verouderd klinken, is de stijl tijdloos. New Order kan met simpele melodielijnen direct in het hart treffen en rekent voorgoed af met de mythe dat ‘synthpop’ een modegril is en smaak- en emotieloos zou zijn.

De hoge ‘huilende’ bas van Peter Hook drijft het album voort en zijn baslijnen zijn het kloppende hart van de band. Het is een essentieel onderdeel van de New Order-sound en onmiddellijk herkenbaar. ‘Hooky’ is geen virtuoze muzikant, hoe kan het ook anders bij een postpunkband, maar hij heeft een volstrekt unieke stijl, melodieus en monumentaal tegelijk. Veel van mijn liefde voor deze band hangt samen met zijn manier van spelen. Zijn vertrek uit de band was pijnlijk voor mij als fan.

Maar is het vertrek van Peter Hook schadelijk voor New Order, het compositorische hart van de band is en blijft Bernard Sumner. Zijn songarrangementen geven Hooky de kans te excelleren. Hook vult de ruimtes die Sumner creëert geniaal op, maar Sumner is de architect van het bouwwerk. New Order zonder Peter Hook is een forse aderlating, Peter Hook zonder New Order levert alleen matige muziek op die zelfs door zijn eigen baslijnen niet gered kan worden. Als soloartiest vind ik hem niet te pruimen en dat vindt hij zelf blijkbaar ook door bijna uitsluitend Joy Division en New Order-nummers te spelen tijdens optredens met zijn band. Songs schrijven is niet zijn grootste talent, wat dat betreft kan hij beter boeken schrijven…Sorry, ik hou van Hooky, maar dit moest ik toch zeggen.

Ten tijde van het uitkomen van Power, Corruption and Lies heeft New Order in Amerika gespeeld, een grote hit gehad met Blue Monday en straalt de band zelfvertrouwen uit. De toon van de muziek op Power, Corruption and Lies is ontegenzeggelijk lichtvoetiger, maar het is geen ‘vrolijk’ album, zoals hierboven is aangehaald. Zeker, de nummers kennen minder dramatische overgangen en de sfeer is kalmer. Er is meer nadruk op structuur dan op de toon van de muziek. Gillian Gilbert, vriendin (nu echtgenote) van de drummer Stephen Morris, is bij de band gekomen en haar orkestratie van de synthesizers zorgt voor ‘zachtere’ begeleidende tonen in plaats van de verontrustende dwarse geluiden die Hannett te voorschijn toverde. Vervolgens bouwt Sumner daaromheen een ingenieus arrangement met een stampende beat. Dat patroon verleent Sumner grote artistieke vrijheden die sprankelende aantrekkelijke nummers opleveren, maar waarbij ruimte blijft voor experiment en weerbarstigheid.

Nummers als We All Stand en Ultraviolence hebben veel onderhuidse en dreigende spanning die een beklemmende toon oproepen terwijl de muziek luchtig lijkt. Dit is een kenmerkend element van New Order: vaak dansbare vrolijk klinkende muziek die tegelijkertijd melancholisch en meewarig stemt. We hebben al gezien dat Sumner in zijn teksten niet veel te vertellen lijkt te hebben, maar de luisteraar toch vaak op het verkeerde been zet. De presentatie van de band is esthetisch gezien beslist anders dan bij vele andere popgroepen en dit is een doelbewuste keuze.  Het ‘ademt’ een artistieke visie.

Hoogtepunten van het album zijn Your Silent Face en mijn persoonlijke favoriete nummer van New Order: Leave Me Alone. Dat is eigenlijk niet terecht, omdat Leave Me Alone een tamelijk conventioneel nummer is zonder synthesizers en daarmee niet kenmerkend voor New Order. Het is bas en gitaar met Stephen Morris’ karakteristieke ‘robotachtige’ drumwerk dat het nummer een enorme kracht verleent. Maar het is een Bernard Sumner-compositie ten voeten uit: hij bedenkt een simpele maar o zo mooie melodieuze gitaarlijn die zijn kwetsbare onzekere zang het beste doet uitkomen.

new_order_substanceSumner is geen geboren zanger, noch blinkt hij uit in precies en technisch onderlegd gitaarspel. Hij kan amper een gitaar vasthouden, desalniettemin heeft hij een aantal intrigerende klassieke gitaarlicks en riffs achter zijn naam staan, zowel bij Joy Division als bij New Order. In dat opzicht is hij een voortreffelijke gitarist. Johnny Marr, benadigd gitarist van The Smiths en later Sumners compagnon in Electronic, zegt het zo: ‘Bernard speelt eenvoudig, maar vaak heb ik uren nodig te begrijpen wat hij precies speelt. Zijn ideeën zijn uniek en daarom onnavolgbaar.’ Zelfs Peter Hook, met al zijn aversie tegen Sumner, noemt hem een groot gitarist die de lat voor zichzelf hoog legt. ‘Dagenlang zoek Bernard naar de juiste gitaarlijn, hij is wat betreft zijn gitaarspel een perfectionist, een ware componist’.

Your Silent Face bevat alle ingrediënten die New Order uniek maken: een simpele doeltreffende melodie, zorgvuldig georkestreerd door Gillian. Het is een melodie die ontroert, nimmer verveelt en het nummer voortstuwt. Als tegenwicht speelt Peter Hook speelt een agressievere ‘lead’ baslijn waaromheen Sumner met zijn gitaarspel accenten legt. Sumners arrangement is simpel, maar intrigeert mateloos en tegen het einde van het nummer komen synthesizers, bas en gitaar vloeiend bij elkaar. Het bezorgt de luisteraar een doorleefd gevoel waarbij afwisselend euforie en gelatenheid om voorrang strijden. We hebben het over popmuziek, maar het combineert schoonheid met inventiviteit. Sumners tekst is cryptisch, maar ontlaadt zich in een hevig moment:  You’ve caught me at a bad time/ So why don’t you piss off?’ De verwarring en ontreddering slaan toe, op een wijze die Lou Reed en Neil Young hadden kunnen bedenken. Op typische wijze koppelt het nummer een opbeurend thema aan duistere, zelfs sinistere elementen. Hoezo is synthpop gevoelloos en leeg? New Order vermengt een vorm van futurisme met ‘postindustriële’ romantiek.

Voortgekomen uit een legende is New Order nu zelf een begrip. De schrijver Irvine Welsh (Trainspotting) beschrijft ze als een ‘culturele begeleider’ door de Britse geschiedenis van de laatste decennia. Iedereen associeert een voor hem of haar onderscheidend moment met een nummer van New Order. En dat is een formidabele prestatie die voor het grootste gedeelte op het conto geschreven mag worden van Bernard Sumner. Hij geeft de band een sound die vernieuwend is en de grens tussen rock en dance voorgoed doet verdwijnen. Hij speelt in twee bands die allebei op hun eigen wijze vernieuwend zijn en hun tijd en omgeving veranderd hebben. Dat is weinig muzikanten gegeven en getuigenis van zijn immense talent als artiest.

Sumner is geen flamboyante, tot de verbeelding sprekende persoonlijkheid en heeft bij lange na niet het magische aura en charisma dat Ian Curtis had. Hij is de aardige wat stille jongen uit de buurt die een band begint en beroemd wordt. Maar als vernieuwer, componist en songschrijver behoort Bernard Sumner net zoals zijn illustere voorganger bij Joy Division tot de grootsten van de Britse popmuziek.