Knut Hamsun; fout maar zo goed

Wat doe je met schrijvers die je mateloos bewondert, maar geen prettige mensen blijken te zijn of ‘foute’ keuzes gemaakt hebben? Deze week Zwervers uitgelezen van de Noorse meester Knut Hamsun. En wederom ben ik onder de indruk van deze man. Hamsun schreef zo’n slordige 80 jaar geleden, maar zijn boeken doen zo modern aan. Niet voor niets dat hij de ‘vader van de post-moderne literatuur” wordt genoemd en grootheden als Thomas Mann, Herman Hesse, Isaac Singer en Ernest Hemingway diepgaand heeft beïnvloed. Hij koppelt het psychologisch inzicht van Dostojevski (Hamsun hield van de Russische literatuur en was groot kenner ervan) en Nietzsche aan de schitterende natuurbeschrijvingen van bijvoorbeeld Boenin. Hamsun is tijdloos.

Zwervers is anders dan zijn grote vernieuwende romans zoals Honger, Mysteriën en  Victoria, in die zin dat hij meer de nadruk legt op de omgeving dan de bijna obsessieve focus op de hoofdpersoon die we kennen uit die eerdere romans. Ook is de stijl ‘epischer’ en volgt Hamsun meer de schrijftrant van zijn grote voorbeelden Tolstoj en Dostojevski en uit eigen land, Björnson. Maar de zoektocht naar onze drijfveren en zijn inzicht in onze beweegredenen worden virtuoos beschreven in een zingende rimpeloze stijl.

Begrijpelijkerwijs is de keuze van hun grootste schrijver voor Nazi-Duitsland in de oorlog voor veel Noren onverteerbaar en kunnen zij de fabuleuze literaire erfenis van de man niet erkennen. Ik vind dat ook heel moeilijk, net zo als bij het Franse enfant terrible, Celine. Maar het werk van Hamsun behoort tot de kroonjuwelen van de Europese literatuur en dient altijd gelezen te blijven worden. Die schoonheid mogen we ons niet ontzeggen.

Joseph Conrad; spiegel voor Europa

Altijd groot voorstander geweest van Europa, maar de laatste tijd krijg ik steeds meer bedenkingen. In Duitsland hebben ze altijd nog Angela Merkel, wat ook over haar gezegd is, het blijft van grote klasse dat ze zich zo duidelijk heeft uitgesproken over het opnemen van vluchtelingen. In Nederland word ik eerlijk gezegd erg treurig over wat politici zeggen…. In Oost-Europa hoor ik ook veel stemmingmakerij, maar dat is allemaal veel beter te begrijpen dan wat hier in West-Europa gebeurt.

Dan maar weer teruggrijpen op literaire helden… Joseph Conrad. Kunnen we nog wat van leren. Van Poolse ouders, geboren in wat nu Oekraïne is (in de buurt van Berdychiv), daarna in Frankrijk gewoond en gewerkt en uiteindelijk in Engeland terechtgekomen. Na Pools en Frans is Engels zijn derde taal en in die taal staat hij nu bekend als een van de grootste vernieuwers en stilisten. Wat mij betreft veel beter dan Nabokov, een schromelijk overschatte schrijver, maar dat laatste zal veel mensen boos maken. We kennen Conrad natuurlijk van ‘Heart of Darkness’, dat later de belangrijkste motieven zou aandragen voor Francis Ford Coppola’s ‘Apocalypse Now’.

Maar ‘Heart of Darkness’ is onverminderd actueel, over de hooghartigheid van de Europese beschaving. Conrads meesterlijk verwoorde aanklacht (zoals Multatuli) tegen het Europese kolonialisme zouden we ons ter harte moeten nemen. Laten we luisteren naar Marlow (Conrads alter ego in het boek) als hij beschrijft hoe we tekort schieten en huiveren bij het beeld van de ontspoorde Kurtz, gevangen in zijn raciale waanideeën. Een hypnotiserende en huiveringwekkende novelle met een onverminderde zeggingskracht.

Is Jenny Erpenbeck een politiek schrijfster?

Zojuist een artikel afgerond over de vooraanstaande Duitse schrijfster Jenny Erpenbeck. Zij schreef in 2015 de roman ”Gehen, ging, gegangen”, over het brisante thema van de vluchtelingenproblematiek. Het boek was lange tijd genomineerd voor een prestigieuze literaire prijs in Duitsland en dat leidde tot vele verhitte discussies of dat gebaseerd was op de literaire merites van het boek of een politiek correcte keuze van de jury. Het boek kreeg de prijs uiteindelijk niet, sommigen zagen juist daarin een politiek correcte keuze. Zoals altijd, beschrijf ik vooral mijn liefde voor het werk van de auteur en wil ik u daarvan deelgenoot maken. Zij is, volgens mij, een groot auteur met een sterke morele ondertoon. Beoordeelt u zelf of dat goed is, leest u vooral haar boeken!

Cormac McCarthy: westerns zijn literatuur

cormac-mccarthy2

Ik geef niets om westerns als we over films praten. Zij kunnen een ideale achtergrond zijn voor het vertellen van een verhaal of als allegorie om een historisch fenomeen toe te lichten, maar het idee van cowboys op een paard doet mij niet verlangen een dergelijke film te zien. En toch is het juist dit decor dat veelvuldig gebruikt wordt door een van mijn favoriete schrijvers: Cormac McCarthy.

In zijn ‘grenstrilogie’ All the Pretty Horses, The Crossing en Cities of the Plain zien we het landschap van het grensgebied tussen Amerika en Mexico als het decor van zijn romans. Minutieus beschrijft Cormac McCarthy hoe overweldigend het landschap is en welk een invloed dit heeft op zijn personages. De boeken van McCarthy mogen dan lijken op western, het zouden dan westerns zijn die verfilmd worden door Fellini of Bunuel, waarbij de beelden een absurde afspiegeling zijn van wat zich van binnen bij de helden afspeelt of hoe de regisseurs hun droomwereld aan ons voorstellen. Mc Carthy verklaart dat hij niets begrijpt van literatuur die over de grote vragen gaat en verwijst daarbij naar Marcel Proust, de grote Franse romancier en prozavernieuwer. Maar net zoals bij Proust vallen omgeving, verhaal en personages samen bij Cormac McCarthy. De achtergrond van de roman vertelt ons zeer veel over de psychologie van de hoofdpersonages en de filosofie die McCarthy’s verhaallijn ondersteunt.

Cormac Mc Carthy is geen psycholoog zoals Dostojevski of Kafka en ook geen ‘overschrijder’ van grenzen zoals Nietzsche, maar het nemen van beslissingen zijn vaak beslissende en ingrijpende momenten in zijn boeken. Grenzen bereiken en vaststellen spelen een grote rol en zijn hoofdpersonages tasten de grenzen van hun persoonlijke identiteit af, de fysieke ruimte waarin zij verkeren en vragen zich in hemelsnaam af hoe hun geestelijke positie te bepalen ten opzichte van conflicterende waardesystemen.

cormac-mccarthy1McCarthy probeert te ontdekken hoe mensen omgaan met het wegvallen van de oude vertrouwde wereld en hoe de moderne tijd dieper in ons bestaan binnendringt. Maar hij doet dat niet door lang stil te staan bij de beweegredenen die mensen daarvoor geven of zichzelf wijs gemaakt hebben. Er is bij McCarthy niet sprake van twijfelende of ‘zielpeuterende’ personages. Veel critici verwijten hem dat hij niet geïnteresseerd is in zijn helden of werkelijk om hen geeft. Maar mijns inziens klopt dat niet: McCarthy wil gewoon tonen hoe mensen de confrontatie aangaan met een veranderende wereld die grauw en genadeloos is en vol van geweld. Door zijn nadruk op de omgeving wil hij tonen dat mensen geen keuze hebben anders dan zich aan te passen. Liefde voor zijn personages is er wel degelijk: vaak biedt McCarthy een uitweg uit benarde situaties en vinden zijn personages een bestemming in hun leven door met mensen te communiceren. Cormac McCarthy vertelt ons dat communicatie aan ons bestaan kleur verleent en een intrinsieke waarde heeft, die losstaat van religie of andere overtuigingen.

McCarthy heeft een diepgaande interesse in mythische verhalen en vormen die ons bestaan inkleuren en spreekt in zijn boeken veel over ‘jong en oud’ om ons te laten zien dat mogelijkheden om ons leven te veranderen, zeer schaars zijn. Vaak ontmoeten zijn jonge helden oudere personages die vertellen wat hen te wachten staat of trachten hen te adviseren. De ouderen in de verhalen van McCarthy hebben daden begaan, vaak bijzonder misdadig of wreed, die diep in hun natuur zitten en keuze verder uitsluiten. Zij vertellen de jongeren dat ‘verdoemde daden’ levens altijd zullen verdelen in het toen en nu. De natuur, gesymboliseerd in McCarthy’s gedetailleerde omschrijvingen van het landschap, verafschuwt schijnbaar de onschuld en naïviteit van de jongeren en wil dit vacuüm bij hen zo snel mogelijk vullen met de verhalen en afschrikwekkende ervaringen van de ouderen. McCarthy lijkt ons te zeggen dat de psychologie van personen wel belangrijk is, maar tegenover de kracht van de natuur en omstandigheden in het niet valt en ons levenspad niet kan veranderen.

Het werk van McCarthy is postmodernistisch in de zin dat hij weinig of geen informatie geeft over zijn helden en vaak de lezer geen enkele traceerbare aanwijzingen geeft. Ook lijken zijn verhalen geen doel te kennen of een werkelijk plot en is de beschrijving op zich het voornaamste. Dit sluit aan bij het postmodernisme, maar aan de andere kant kennen zijn verhaal een lineair verloop en neemt McCarthy afstand van het postmodernisme door ons voor te houden dat bepaalde ‘klassieke’ verhalen voordurend weer opduiken en zich herhalen.

in 2007 verfilmde de Coen brothers 'McCarthy's roman ''No Country for Old men en werd bekroond met vier oscars, waaronder die voor beste film
In 2007 verfilmde de Coen brothers McCarthy’s roman No Country for Old Men. De film werd bekroond met vier oscars, waaronder die voor beste film

In The Crossing zegt de hoofdprotagonist Billy: het licht van de wereld bestaat alleen in de ogen van de mens maar de wereld zelf beweegt zich in eeuwig duister en duister is de ware aard van de wereld. Dit duister geeft de wereld haar perfecte samenhang. Er valt niets te zien en is geheim en zwart buiten bereik van het menselijk voorstellingsvermogen.”

Veel van McCarthy’s proza verkondigt dat we niet aan het kwaad van het geweld kunnen ontsnappen. Het geweld in zijn werk is ‘heilig’ in de zin dat het altijd terugkeert en een onwrikbaar onderdeel van het bestaan is. Hoe kalm en vredig een situatie ook lijkt bij McCarthy, onderhuids dreigt altijd het geweld uit te barsten. Het is het centrale thema van All the Pretty Horses. McCarthy verwerpt de notie dat de agressieve aard van de mens ooit veranderd kan worden. McCarthy zegt zelf hierover: ‘Er bestaat geen leven zonder bloedvergieten. De idee dat de menselijke soort op een of andere manier verbeterd kan worden of dat we harmonieus kunnen leven, is een gevaarlijk idee. De eersten die dit proberen, zijn degenen die hun ziel opgeven en hun vrijheid verliezen. Het zal je tot slaaf maken en je leven nietszeggend maken.’

all-the-pretty-horsesHet ‘heilige geweld’ valt uiteen in twee ideeën: onze liefde voor geweld en het zinloze dit te ontkennen. In All the Pretty Horses ontdekken de twee hoofdpersonages, John Grady Cole en Rawlins, bij aankomst bij La Purisma, de ranch in Mexico hoe het menselijk instinct werkt. De gemeenschap gebruikt hun komst om al hun agressie en woede te botvieren en de beide jonge mannen leren keiharde lessen. De dochter van de rancheigenaar, Alexandra, gebruikt John Grady Cole als een middel om haar tienerrebellie tegen haar vader uit te vechten. De vader, Don Hector Alfonsa is een wraakzuchtig en gewelddadige man die de beiden laat arresteren. In de gevangenis worden zij mishandeld en vernederd door andere gevangenen en zien zij hoe een onschuldige vriend wordt terechtgesteld. John Grady Cole en Rawlins begrijpen nu dat ziel niet bepaald wordt door de zoektocht naar sereniteit en vervulling, maar door het vermogen te overleven tegenover oeragressie. Rawlings bezwijkt onder druk van de gebeurtenissen en keert terug naar huis. John Grady omarmt wat hij ziet en gebruikt geweld om zich te wreken.

Het is zijn ‘mannelijke’ ethiek die hij ons voorschotelt, en een die we kennen van de Odyssees en Aeneas, die andere pijlers van mannelijke deugden. We zien bij McCarthy soortgelijke helden die via Joseph Conrad naar Hemingway en Faulkner gekomen zijn in de vorm van vaak ‘goede’ helden zoals we die kennen uit andere populaire fictie: detective- en cowboyfilms.

McCarthy bemoeit zich niet met het innerlijke van zijn helden, maar dat betekent niet dat zijn werk geen psychologische of filosofische elementen bevat. Cormac McCarthy is een atheïst naar eigen zeggen, maar heeft een grondige katholieke opvoeding genoten. In zijn werk, zeker in de latere periode, zien we veel verwijzingen naar religiositeit In The Road wordt de lezer geconfronteerd met een verhandeling over moraal en moraliteit. The Road schildert een wereld na een ramp van apocalyptische proporties en een man en zijn zoon proberen te overleven in deze wereld. De eerste woorden in deze roman zijn: ‘If he is not the word of God God never spoke.’ De vader refereert aan zijn zoon die het woord van God kan zijn, en wanneer hij dat niet is, dan bestaat God niet. In het Boek van Genesis wordt God voorgesteld als een God die schept wanneer hij spreekt. De uitspraak van de man veronderstelt dat zijn zoon het werk van God is of we hebben te maken met een goddeloos universum.

Een ander Bijbelse referentie is het thema van verlossing en redding. Een aantal keren in de roman worden de vader en zoon gered en McCarthy suggereert daarbij dat er sprake is van ‘goddelijk ingrijpen’. Maar zoals vaak bij Mc Carthy, blijft het bij aanwijzingen en nemen de zaken weer hun ‘normale’ gang. Wanneer zij een verlaten zeilboot vinden, draagt deze de naam ‘Pajaro de Esperanza’, dat ‘vogel van hoop’ betekent. De vogel van de hoop is de duif die in het Oude Testament met een olijvenblad aankondigt tegenover Noah dat de vloed aan het terugtrekken is. In het verhaal van McCarthy komt deze boot uit Tenerife, Spanje, en daarmee weet de lezer dat de beschreven ramp in zijn boek de hele wereld heeft getroffen.

De vader vertelt zijn zoon ‘dat hij de drager van vuur is’. Een verdere verwijzing naar de Evangeliën en ook de Griekse mythologie. In The Road speelt vuur een vernietigende rol, maar vuur is ook the-roadeen cruciaal element voor het ontstaan van de beschaving. Daarnaast is vuur gewoon noodzaak voor de hoofdpersonages om te overleven: het houdt hen warm en zij kunnen ermee koken. Zij kunnen ’s avonds kaarten en bijvoorbeeld ook de kaart lezen. En als dragers van het vuur hebben zij de kiemen van beschaving in zich. De gespletenheid die ze voelen bij vuur, lijkt op het verhaal van Prometheus: hij stal het vuur van Zeus en gaf het aan de mensheid. Als straf voor de diefstal wordt Prometheus aan een rots gebonden en eet een arend iedere dag zijn lever op. In The Road is er alom sprake van kannibalisme en dit bedreigt ook de hoofdpersonages. Bij Prometheus groeit de lever weer aan. Zowel Prometheus als de vader en zoon dragen het vuur, willen niet opgeven, maar worden daarvoor gestraft door constant in gevaar te zijn en te lijden. Wanneer de vader sterft, vertelt hij zijn zoon dat hij de enige is die het vuur draagt en door moet gaan. Hier toont McCarthy zich barmhartig tegenover zijn personages: er is hoop en er is de wil door te gaan in een verwoeste wereld. Er is uitzicht op lotsverbetering. De zoon is ‘de goede’ in het verhaal te midden van kannibalisme, verwoesting en uitzichtloosheid.

Als de psychologie van zijn helden ‘vastgeklonken’ is en bepaald door de terugkerende motieven in het leven, waarom is Cormac McCarthy dan toch zo’n eindeloos fascinerende en boeiende schrijver? En waarom boeit de ‘western’ dan toch als achtergrond?

Hij is een briljante en innovatieve schrijver die geen vervelende zin kan schrijven. En dit ondanks vaak de ‘kaalheid’ van zijn taal en de beknoptheid. McCarthy slaagt er iedere keer weer in een verhaal anders te vertellen en het geheel in een nieuwe vorm te gieten. Het treft de lezer vaak als een beschrijving van dromen. Zijn werk lijkt op wat Freud hierover zegt: ‘Een droom denkt niet, berekent niet en oordeelt niet; het geeft zaken louter een nieuwe vorm.’ McCarthy’s  boeken zijn te lezen als dromen en die zijn als het leven, maar dan minder constant. Zij vatten het leven anders samen, zij rangschikken de informatie voortdurend op een andere wijze.

McCarthy zegt dat hij de literatuur van Marcel Proust en Henry James niet begrijpt, omdat zij niet over ‘zaken van leven en dood gaan’.  McCarthy realiseert zich niet dat de helden uit de boeken van deze auteurs wel degelijk levensbepalende keuzes maken en dat hij in zijn eigen proza heel vaak uitvoerig stilstaat bij de beslissingen van zijn protagonisten. Beslissingen die hun leven blijven beïnvloeden. Uit het werk van McCarthy doemt het beeld op dat ’bureaucratieën en systemen’ veel meer voor ons beslissen dan wij zelf doen, maar op het moment dat deze organisaties terugdeinzen en het individu de vrijheid krijgt een besluit te nemen, besteedt McCarthy hier veel aandacht aan. In dat opzicht is hij wel degelijk geïnteresseerd in onze drijfveren.

Zijn proza, spaarzaam als het is, staat bol van suggestie en ‘vloeit’ over de pagina. Hij gebruikt vaak adjectieven en zelfstandige naamwoorden als een soort werkwoorden, verbindt zelfstandige naamwoorden met andere ongebruikelijke werkwoorden. Zij zijn dialogen vaak ‘fatisch’, puur gericht op het in stand houden van contact in plaats van op informatieoverdracht, de natuur- en landschapbeschrijvingen zijn stilistisch van grote schoonheid en zeer gedetailleerd.

McCarthy gebruikt nauwelijks interpunctie of past die op zijn volstrekt eigen wijze toe. Bij de dialogen gebruikt hij weinig aanhalingstekens, waardoor de overgang van ‘telling’ naar ‘showing’, een techniek uit de filmwereld, heel soepel verloopt. Dit geeft het proza van McCarthy een grote verbeeldingskracht en maakt het voor de lezer zeer levendig. Hij kan zich heel goed verplaatsen in wat er gebeurt, ondanks de schaarse informatie en de weinige aanwijzingen die de helden in het boek geven. De overweldigende schoonheid van de natuurbeschrijvingen vergroten de visuele kracht van McCarthy’s proza. Net zoals Joseph Conrad, verhoogt McCarthy de spanning in zijn verhalen door de lezer midden in de loop van de gebeurtenissen te plaatsen en dan te vertragen. Door opzettelijk witte regels te gebruiken, krijgt de lezer als het ware een moment ‘toegeschoven’ om zelf die leegte in te vullen.

Cormac McCarthy is de auteur van een reeks beklemmende en donkere romans die tot de klassieken van de Engelstalige literatuur behoren. Wellicht is hij samen met Philip Roth Amerika’s grootste levende schrijver. Zijn proza heeft de Engels taal verrijkt en kenmerkt zich door ongeëvenaarde diepte en schoonheid. Zijn helden zijn zwervers in het woeste en genadeloze decor van de western, vechtend voor het naakte bestaan en behept met een oerinstinct dat nog een vleugje goedheid kent. De western is dan toch het mooiste genre, dankzij Cormac McCarthy.

 

 

 

 

 

 

Jeff Hanneman: verlegen man, dodelijke riffs

jh4

Bij het luisteren naar Repentless, Slayers laatste album uit 2015, wordt het mij droevig te moede. Zoals eerder aangehaald op dit blog, ben ik loyaal aan mijn helden en zo worstel ik mij ook door Repentless. Maar Kerry Kings platte recht-toe-recht-aan riffs kunnen mij niet bekoren. Natuurlijk, Slayer is een te goede band en ligt mij zeer aan het hart, en zo heeft het album een aantal sterke nummers: Vices, waarbij Araya’s zang ouderwets scherp klinkt, hij zingt weer sterk op deze plaat; You Against You bevat een typische Slayer-riff die bestaat uit power chords en vervolgens in een mooie riff eindigt met een zorgvuldig uitgewerkt motief erin. En de tritones raken het hart…Chasing Death heeft ook een riff die meeslepend is en uitmondt in een rollend vloeiend tussenstuk. Op het gehele album valt op dat Araya geïnspireerd zingt; tegen die machtige schreeuw is wederom geen kruid tegen gewassen.

Maar bij een nummer begint mijn bloed echt snel te stromen: Piano Wire…Slayer staat bekend als de band van de snelheid, maar dit mid-tempo stuk doet de liefde voor deze band weer opbloeien. Het is het laatste nummer dat geschreven is door Jeff Hanneman, al heeft de band verklaard dat het nummer verschillende keren bewerkt is. Het is echter in de kern een Jeff Hanneman-nummer ten voeten uit. Je herkent onmiddellijk de stijl van hun in mijn ogen beste album, South of Heaven. Een mid-tempo nummer met een licht galopperende maar meeslepende riff. Tom Araya zet zijn beste beentje voor en zingt dit nummer vol overgave. Alsof hij zijn gevallen kameraad extra wil eren. Hanneman schrijft vaak nummers die niet snel zijn, maar dezelfde intensiteit behouden, terwijl na verschillende luisterbeurten het nummer steeds meer gaat bevallen. Ten opzichte van Kerry Kings schrijfstijl valt de inventiviteit op en meer aandacht voor tempowisselingen.

Mijn liefde voor Slayer valt samen met mijn waardering voor Jeff Hanneman en zijn manier van schrijven. Hij was, helaas, het artistiek brein achter de band en heeft vrijwel alle klassiekers van de band achter zijn naam staan. In mei 2013 overlijdt Jeff Hanneman, naar het zich aanvankelijk laat aanzien door een spinnenbeet, maar al snel wordt duidelijk dat langdurig alcoholmisbruik de ware doodsoorzaak is. Hij wordt amper 49 jaar. In dit genre en in deze ‘business’ is dat geen ongebruikelijk fenomeen, maar Lemmy van Motorhead, de ultieme belichaming van de ‘rock-and-roll-levensstijl’, haalde de in ieder geval nog de 70.

Met zijn dood verliest metal een van zijn invloedrijkste gitaristen. Een man die een groot aantal klassieke metalsongs achter zijn naam heeft staan en met zijn duivelse riffs de sound van Slayer voor een groot deel bepaald heeft.hanneman-6

Waarom hou ik eigenlijk van metal? Niets in mijn persoonlijke achtergrond verklaart dit, ik heb mij die vraag vaak gesteld. Het staat zo ver van mijn andere muzikale voorkeuren. Is het dan toch wat Tom Araya zingt in Temptation, op het album Seasons in The Abyss, ‘did you ever wonder why it is the evil you are attracted too?’, of wanneer hij schreeuwt in Ghost Of War: ‘I deal in pain, whole life I drain, I dominate, I seal your faith!’ Vaak wordt gezegd dat metal kracht geeft, het geeft een machtig gevoel. Ik moet bekennen wanneer ik Araya hoor brullen, de neiging krijg zelf op het podium te klimmen en mee te brullen. Bij andere artiesten, zoals Morrissey, luister je ernaar omdat je buiten de groep wil blijven, een onbestemd verlangen anders te zijn. Dat is natuurlijk absurd, omdat dergelijke artiesten door miljoenen mensen beluisterd worden. Maar bij metal wil je juist tot de groep behoren vanwege de macht en de samenhang die het verschaft. Metal is een leger dat optrekt tegen de rest van de wereld.

Nu is het zo dat ik niet zozeer van metal hou als compleet genre, maar meer van een stroming binnen de metal. Binnen dit genre zijn er net zo veel stromingen als bands. Mijn voorkeur gaat uit naar new wave (hoe ’t dan ook heet, die discussie wil ik niet aan) en ‘indie’, maar thrash metal, de muziek die Slayer speelt, behoort met zekerheid tot mijn favoriete muziek. Nu zou ik mijzelf niet willen omschrijven als een kenner van thrash metal; ook binnen deze stroming ken ik maar een paar bands en dan alleen nog maar de bekendste. Thrash wordt populair in de jaren tachtig van de vorige eeuw en ik ben een kind van dat tijdperk.

Metalfans leven voor hun muziek. Het is een echte levensstijl. Metalartiest, schrijver en filmregissseur Rob Zombie zegt in de documentaire van Sam Dunn, Metal: A Headbangers Journey, er het volgende over: ‘Houden van metal is geen modegrill. Ik ken niemand die zegt, die zomer zat ik echt in Slayer, dat vond ik toen leuk. Nee, maar ik ken wel mensen die de naam ‘Slayer’ in hun arm laten kerven met een scheermes.’ Ik zie Lady Ga Ga of Justin Bieber-fans dit toch niet echt doen. Niet dat ik wil dat ze het doen, maar toch…Ik bewonder de toewijding van metalfans en hun ware liefde voor de muziek.

In de jaren tachtig draaide metal voornamelijk om snelheid en riffs. Voortbordurend op de muziek van Iron Maiden, Judas Priest, Diamond Head, Mercyful Fate en de aartsvaderen van de metal, Black Sabbath, komt Metallica met een stijl die sneller en harder is. In hun kielzog volgen Slayer, Anthrax, Megadeth, Exodus en Testament. Slayer vermengt echter meer dan de anderen de Britse Heavy Metal-sound met invloeden uit de snelle agressieve punk van bands als Dead Kennedys, Black Flag, Crash,  en slaat de brug tussen punk en metal. Het is tevens een reactie op de ‘hair metal’ die op dat moment populair is.

Maar wat is nu eigenlijk een riff? Ik heb geen enkele theoretische kennis van muziek, maar doe toch een schamele poging iets uit te leggen, omdat de riff zo centraal staat in deze muziek. De riff is de ruggengraat van een metalsong. De riff bestaat meestal uit een aantal powerchords: dit is een akkoord dat bestaat uit een grondnoot met daarbij de vijfde noot gevoegd (een E powerchord of E5 bestaat dus uit E, mi en B, si). Dit akkoord geeft een compact en hard geluid. Een prominente noot in metal is de zogenaamde ‘tritonus’, ook wel bekend als een verminderde kwintet. Het is een noot die zorgt voor een dissonant geluid en duister effect; het roept een zekere spanning op. In de Middeleeuwen verbiedt de katholieke Kerk het gebruik van deze noot in de muziek, omdat het een ‘duivelsnoot’ zou zijn: diabolus in musica. Deze laatste benaming is ‘toevallig’ de naam van een Slayer-album…De tritonus hoort men heel vaak in de riffs van Slayer.god-listens-to-slayer

Metal is omstreden vanwege de thematiek die beschreven wordt: het is vaak bloederig en daarbij heel beeldend en shockerend. Met name in de extremere stromingen, waartoe thrash behoort, overschrijdt men geregeld de grenzen van wat de goede smaak betaamt. Metal heeft een duidelijke voorkeur voor duistere, vreemde en gewelddadige realiteiten. Aan de andere kant druipt de ironie er vaak van af en zijn metalfans mensen die het leven meer vieren dan anderen. Metalsongs staan bol van teksten over de dood en de gruwelijke gedaanten die hij kan aannemen. Men omarmt het leven door de dood te benadrukken. Metal verleent een identiteit en een groepscohesie die bescherming geeft en zijn leden vervult van macht en aanzien. Getuigen metalteksten van immoraliteit, binnen de metalgemeenschap is vaak sprake van strikt gehanteerde morele codes. De gemeenschap is hecht en gevat in een rigide waardensysteem.

Zo ook Slayers bekendste song, Angel Of Death, over Nazi-kamparts Josef Mengele. Veel is al over dit liedje gezegd en ik ga niet proberen ‘een nieuwe invalshoek’ te bedenken. Jeff Hanneman koppelt eenvoudigweg het kwaadaardigste thema denkbaar aan de kwaadaardigste riff ooit: vorm en inhoud in perfecte samenhang. Als we dan toch naar het kwaad moeten luisteren, dan maar op deze manier. Hanneman is een man met een bijna obsessieve fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en veel van zijn teksten gaan hierover. Het feit dat hij op zijn gitaar SS-symbolen gebruikt en zijn achternaam van Duitse origine is, wakkeren de vermoedens aan dat hij nazistische sympathieën zou hebben. Hij is bovendien een verwoed verzamelaar van Duitse oorlogsonderscheidingen, net zoals trouwens Lemmy van Motorhead. En werkelijk niemand zal laatstgenoemde een nazi noemen.

Dat is het privilege van de artiest of van het spelen in een band: men kan zijn of haar obsessies botvieren. Maar dit is niet uniek voor metal. De New Yorkse new wave band Interpol speelt in bruinhemden met een rode band om de arm: dit doet denken aan de SA. Siouxsie and the Banshees roepen bij een concert: ‘too many Jews for my liking.’ Billy Duffy, gitarist van The Cult, heeft een Duits ijzeren kruis om zijn nek hangen. Er zijn talloze voorbeelden hiervan te bedenken. Bij deze genres wordt dat louter gezien als provocaties of zelfs slechts als rekwisieten, bij metal is de buitenwereld geneigd, door de extreme en voor sommigen bedreigende aard van de muziek, de woorden en getoonde attributen letterlijk te interpreteren. Het koketteren met het kwaad is geen uitzonderlijke eigenschap van metal. Metal verzint fictieve antwoorden op reële situaties en verkent de duistere kanten.

Jeff Hanneman zegt zelf hierover: ‘Er is gewoon iets van binnen bij me – deze kwaadaardige atmosfeer die je overvalt wanneer je ons type muziek schrijft. Ik hou van het gevoel dat het geeft, een stemming die ervoor zorgt dat je in staat bent tot ‘duivelse’ daden. Maar het is shockerend en niet gericht op reële zaken. Als we zouden leven zoals we het beschrijven in onze songs, zouden we al lang of dood zijn of opgesloten zitten.’

reign-in-bloodHet is niet eenvoudig materiaal of interviews te vinden met Jeff Hanneman. Hij houdt niet van beroemd zijn en mijdt de openbaarheid. De andere gitarist in Slayer, Kerry King, is het gezicht van de band en ziet men overal. Ook op You Tube of bij gitaarclinics, waar hij veelal op verzoek van het publiek de riffs van Slayer laat zien. Meestal zijn dat riffs, bedacht door Jeff Hanneman…Vaak denkt men dat King de snelle nummers schrijft en Hanneman de mid-tempo-stukken, maar niets is minder waar. Reign In Blood, het klassieke album van Slayer waar de heren in nauwelijks 28 minuten door tien nummers heen jakkeren, is grotendeels het werk van Hanneman. 28 minuten die muziekgeschiedenis schrijven en de metal voor altijd veranderd hebben.

Na zijn dood bevestigen veel mensen uit de metalwereld het beeld van Jeff Hanneman: een gereserveerde man die alleen bij echte vrienden en bekenden iets loslaat over zichzelf. Maar allen benadrukken dat hij een aardig persoon is zonder sterallures. Scott Ian van Anthrax zegt: het is moeilijk te geloven dat zo’n aardige vent de kwaardaardigste riffs ooit heeft geschreven. James Hetfield van Metallica zegt: ‘Jeff was een goeie jongen, ietwat afstandelijk. Maar ik zou zeggen dat de verlegen jongen een paar hele mooie riffs heeft bedacht. Dat inspireert mij, als ik bij mijzelf zit na te denken en probeer riffs te schrijven.’ Bassist van Metallica, Robert Trujillo, voegt daaraan toe: ‘Jeff besloot gewoon op de achtergrond te blijven en een aantal van de beste riffs ooit te schrijven.’

Want Jeff Hanneman mag dan een teruggetrokken, wat verlegen man zijn, hij is het artistieke hart van de band. Natuurlijk komt bij dat schrijven de communicatie over en weer en het delen van ideeën met Kerry King om de hoek kijken en zijn veel van de Slayer-klassiekers niet louter alleen zijn werk. Maar de legendarische status die Slayer heeft, is vooral de verdienste van Jeff Hanneman.

Jeff Hanneman wordt vaak weggezet als een matige slordige gitarist die geen flauw benul heeft van wat hij doet, en zeker zijn solo’s worden afgedaan als een ‘curieuze verzameling van bij elkaar geharkte noten’. Metal is nog altijd vooral een mannenwereld en in de mannelijke psyche zijn virtuositeit en vakmanschap zeer belangrijk. Talloos zijn de gitaarforums waar men met ranglijstjes komt aanzetten over wie nou eigenlijk de beste gitarist is. En als gitarist moet je dan vooral niet zeggen dat je beïnvloed bent door het duo Hanneman/King.
Zelf zegt hij daarover: ‘Toen ik begon met gitaarspelen, probeerde ik mensen als Satriani en Malmsteen na te spelen en door hun invloed groeide ik enorm als gitarist. Maar op een gegeven moment snapte ik dat ik niet hun talent had. Maar nog belangrijker, het kon me niet meer schelen en ik concentreerde me voortaan op mijn eigen spel en ideeën.’

Het is ontwapend om een van metals grootste gitaristen te horen zeggen dat hij niet getalenteerd is. Zelfs Alex Skolnick, virtuoos gitarist van onder andere Testament, en iemand die zich in het verleden meerdere malen laatdunkend heeft uitgelaten over het gitaarspel bij Slayer, zegt na de dood van Hanneman: ‘Het beeld dat Jeff van zichzelf had als matig getalenteerd gitarist, klopt natuurlijk niet. Hij was immens getalenteerd. Zijn solo’s waren een uitdrukking van zijn artistieke denkbeelden en hij was heel consistent in het uitdragen van zijn ideeën. En heeft een aantal monumentale tijdloze riffs geschreven die metal voorgoed veranderd hebben. Weinig gitaristen hebben zo veel invloed uitgeoefend op metal als Jeff Hanneman.’ Gary Holt van Exodus, en Jeffs plaatsvervanger in Slayer zegt: ‘Jeffs manier van spelen is volstrekt uniek, het komt niet uit het boekje. Van de riffs tot de solos, het is helemaal zijn eigen stijl. Ik heb gitaar leren spelen via schalen en theorie, hij heeft alles zelf bedacht.’

En zo is het…De krankzinnig snelle opening van Angel Of Death, opgevolgd door die onsterfelijke mid-tempo riff, de bijna zuivere tweestemmigheid van de openingsriff van At Dawn They Sleep, de naargeestigheid die hij creëert in Dead Skin Mask door net een snaar weg te drukken, de brute kracht en inventiviteit tegelijk in War Ensemble, de hardste opener van een metalplaat na Angel Of Death, de doem van You Spill The Blood, mijn persoonlijke favoriete Slayer-riff, waar hij met een aantal powerakkoorden de weg plaveit voor een alles vergruizende riff, de pracht en praal van Seasons In The Abyss, Slayers idee van een ballad, de duistere melodieën in Bloodline en Playing With Dolls, de monstrueuze snelheid en maniakale riff van Psychopathy Red… En, natuurlijk, die andere ultieme Slayer-klassieker, Raining Blood, de magische openingsriff van dat nummer is het DNA van metal. Iedere andere metalgitarist moet het hoofd nederig buigen voor dat monument.

Allemaal riffs en songs uniek in hun soort, geschreven door een man die als geen ander de wereld in brand kon zetten.

slayer-1